DE EIGEN ONDERNEMING
Als je € 10 overschrijft op ons
rekeningnummer, krijg je mijn paper "DE EIGEN ONDERNEMING"
toegestuurd met duidelijke en heldere informatie over het starten
van een eigen onderneming. Hieronder is de tekst ook opgenomen,
dus je kunt hem ook zelf gratis uitprinten. (Daarom is deze
pagina in zwart/wit opgemaakt.) Je kunt de tekst natuurlijk ook
als PDF-bestand downloaden. (Mocht
het .pdf bestand geopend worden in plaats van opgeslagen op je
harde schijf houdt dan de Shift-toets ingedrukt terwijl je op
downloaden klikt.)
Klik op het logo voor de nieuwste versie van Adobe Acrobat Reader
voor het kunnen lezen en printen van PDF-bestanden.
Henk Kral
Administratie, Advies en Begeleiding
Korenstraat 6
9712 LX GRONINGEN
Postbank 2706709 RaBo-bank 33.19.25.397
Als je voor jezelf wilt beginnen als ondernemer of als freelancer (formeel: resultaat overige werkzaamheden) bied je een dienst of goederen in het economisch verkeer aan. Vanaf dat moment moet je regelmatig je boekhouding bijhouden, met name je kasboek dagelijks bijhouden is erg belangrijk. Je bent dan belastingplichtig voor de Inkomstenbelasting en meestal ook voor de Omzetbelasting met de plicht je aan te melden bij de Belastingdienst.
- Diensten in het economisch verkeer zijn bijvoorbeeld therapie, boekhouding, ontwerpen, massage, het geven van advies of cursussen. Je bent dan ondernemer met een vrij beroep.
- Bij het aanbieden van goederen produceer of verhandel je iets zoals een horecazaak, een ambacht, een winkel, een groothandel of een werkplaats. In het algemeen ben je dan verplicht tot inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
Dit verhaal gaat voornamelijk over die ‘papieren
rompslomp’, zodat de energie gericht kan worden op wat echt
belangrijk en moeilijk is: een winstgevende onderneming
opbouwen.
In de volgende informatie is zoveel mogelijk getracht gebruik
te maken van actuele gegevens, maar door tussentijdse
aanpassingen kunnen de exacte cijfers iets afwijken. Deze dienen
dus als indicatief te worden beschouwd!
De Belastingplicht bestaat uit:
Omzetbelasting:
Over je omzet (verkopen) moet je 19% BTW (of minder, zoals 6%) afdragen.
Over de kosten die je maakt voor je onderneming krijg je de betaalde BTW terug, mits je een BTW-bon hebt. De aangifte doe je elektronisch via www.belastingdienst.nl per maand, kwartaal of per jaar.Er bestaat een vrijstellingsregeling voor kleine ondernemers: de Kleine Ondernemers Regeling (KOR). Ondernemers die per jaar per saldo minder dan € 1.345 BTW zouden zijn verschuldigd, krijgen een vermindering die gelijk is aan de te betalen omzetbelasting. Dit betekent dat je pas boven een omzet van plusminus € 10.000 per jaar BTW hoeft af te dragen. Je moet als ondernemer dan wel voldoen aan de verplichting tot het bijhouden van een boekhouding en het uitreiken van facturen. Is dat niet het geval, dan kan de Belastingdienst al eerder verkregen verminderingen terugvorderen, wat over een aantal jaren genomen tot een forse terugbetaling kan leiden, plus rente en boete. Ligt het verschuldigde saldo tussen de € 1.345 en de € 1.885, dan moet er een steeds groter gedeelte van de BTW worden afgedragen. Vanaf € 1.885 per saldo op jaarbasis moet je alle BTW afdragen. De genoten vermindering voor kleine ondernemers wordt voor de inkomstenbelasting tot de winst gerekend. De vermindering volgens de KOR geldt niet voor rechtspersonen, zoals een BV of een stichting.
Levensmiddelen, kunst, reparatie van kleding, schoenen en fietsen, kappersdiensten, sportles, schilder- en stukadoorswerk aan woningen van 15 jaar en ouder vallen onder het 6% tarief. Voor bijvoorbeeld een kunstenaar is de ‘grens’ van BTW afdragen plusminus € 25.000,- omzet.
Beroepsopleidingen, psychiaters, psychologen, artsen, fysiotherapeuten en dergelijke zijn vrijgesteld van BTW.
Inkomstenbelasting:
Op inkomsten, uitkeringen en pensioenen houdt de werkgever loonbelasting en premie volksverzekeringen in: loonheffing. Na afloop van het jaar wordt de ingehouden loonheffing verrekend met een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Over de winst die je maakt -de omzet minus alle zakelijke kosten- betaal je inkomstenbelasting
33,65% over de eerste € 17.319,-
41,40% van € 17.319 tot € 31.122
42,00% van € 31.122 tot € 53.064 en daarboven 52%.
Als je voor de omzetbelasting wordt aangemerkt als ondernemer, betekent het niet automatisch dat je voor de inkomstenbelasting ondernemer bent. Hier wordt ook gelet op het aantal klanten, de grootte van de omzet, het aantal debiteuren en dergelijke.Voldoe je voor de inkomstenbelasting aan de criteria voor ondernemer, dan kun je in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek, mits je aan kunt tonen dat je meer dan 1225 uur per jaar in je onderneming werkt. Heb je daarnaast nog werk in dienstbetrekking, dan moet meer dan 50% voor je onderneming zijn geweest. Hierbij tellen uren die je besteed aan supervisie, schoonmaak, administratie, bijscholing, PR en dergelijke allemaal mee. De zelfstandigenaftrek kan oplopen tot een maximaal belastingvrije som van € 9028,-.
Je kunt de eerste drie jaar – als je zelfstandigenaftrek hebt - in aanmerking komen voor een extra startersaftrek van € 2019,- mits je de vijf voorafgaande jaren niet meer dan tweemaal recht had op zelfstandigenaftrek. Als je voor bovengenoemde aftrekposten in aanmerking komt, je naast je eigen onderneming loon of een uitkering hebt, betekent dit dat je pas inkomstenbelasting hoeft te betalen als je winst boven de ca. € 11.000,- uitkomt. (De eerste drie jaar, daarna € 9000,-.) Als je winst lager is of je maakt verlies, kun je zelfs belasting terug krijgen.
Indien je naast je onderneming géén loon of uitkering hebt, komt bij die € 11.000 nog eens de heffingskorting (basiskorting € 2.043 te verhogen met kinderkorting, arbeidskorting, alleenstaande ouderkorting, ouderenkorting e.d.), zodat je pas bij een winst boven de ca. € 18.000 belasting hoeft te betalen.
Vanaf 1-1-2007 is er verder een startersaftrek voor arbeidsongeschikten (oftwel voor mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering) met een lagere ureneis (800 i.p.v. 1225) en andere bedragen (1e jaar € 12.000, 2e jaar € 8.000 en 3e jaar € 4.000). Deze startersaftrek kan niet hoger zijn als de winst.
Ook is er een zelfstandigenaftrek voor 65-plussers van 50% van de normale zelfstandigenaftrek en tenslotte is er een MKB-vrijstelling, de zelfstandigenaftrek wordt verhoogt met 10% van de winst uit onderneming
De aangifte inkomstenbelasting moet jaarlijks na afloop van het jaar maar vóór 1 april worden ingediend. Je kunt ook uitstel krijgen (zelf aanvragen of door je boekhouder laten doen).
Zorgverzekering:
Op 1 januari 2006 is de nieuwe zorgverzekering in werking getreden, waarmee het onderscheid verdwenen is tussen ziekenfondsverzekeringen en particuliere verzekeringen. Iedereen heeft een basisverzekering en je kunt je bijverzekeren voor aanvullende pakketten. Zorgverzekeraars bepalen zelf de hoogte van hun premie en moeten iedereen accepteren, ongeacht leeftijd of gezondheidsrisico’s.
Elke verzekerde betaald ongeveer € 1.100 nominale premie aan de zorgverzekeraar.
Er is een zorgtoeslag die afhankelijk is van het inkomen met een brutoloongrens van- € 25.000,- voor alleenstaanden en
- € 40.000,- voor echtparen.De no-claim blijft gehandhaafd. Dit houdt in dat verzekerden die geen of weinig gebruik maken van zorg, maximaal € 255,- per jaar kunnen terugkrijgen. Kinderen onder de achttien jaar betalen geen premie.
Om de nominale premie te verlagen, kunnen zelfstandigen kiezen voor een hoger eigen risico.Daarnaast moeten werknemers 6,5% van hun brutoloon met een maximum van € 30.000 betalen. Dit wordt overigens vergoedt door de werkgever. Voor zelfstandigen en pensioengerechtigden geldt een andere regeling. Zij moeten over maximaal € 30.000 premie-inkomen 4,5% ziektepremie afdragen. Dit komt voor hun eigen rekening.
Een boekhouding bijhouden:
In de praktijk is het vaak voldoende (en verplicht!) om dagelijks een 'kasboek' bij te houden en alle bonnen overzichtelijk te bewaren. Hierbij is een onderverdeling tussen kas en bank/giro vaak handig. Gebruik hierbij je gezond verstand: als je een etentje betaalt omdat dat etentje naar jouw mening voor je zaak nut had, dan noteer je de kosten als zakelijk. Bij gemengd gebruik - een fototoestel dat je zowel zakelijk gebruikt als privé - kun je een redelijk deel als zakelijk boeken (bijvoorbeeld 50%). Vraag altijd om een BTW-bon, als je BTW-plichtig bent tenminste. Eens per jaar moet je een jaarrekening (laten) maken en de inkomstenbelastingaangifte (laten) doen. BTW aangifte per maand, kwartaal of jaar.
Als je onderneming groeit, dan worden ook de eisen aan je boekhouding hoger en dan kan de boekhouding op de computer (in Excel of met een apart boekhoudprogramma) al snel handig zijn. Tot zover de belangrijkste hoofdlijnen, nu een aantal onderwerpen voor de (startende) "eigen baas", niet bedoeld om allemaal te lezen, kies eruit wat voor jou van belang is.
Inhoudsopgave:
Inhoudsopgave:
1. Marktverkenning
2. Ondernemingsplan
2. Prijsstelling
2.2 Reclame (huiswerkafspraken)
3. Onderneming
3.1 Rechtsvormen
3.2 Ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
3.3 Ondernemingsvormen met rechtspersoonlijkheid
3.4 Freelancers
4. Vergunningen
5. Bedrijfsnaam
6. Financiering
7. Inkomstenbelasting
7.1 Aftrekposten
7.2 Beginbalans
7.3 Bonnen
7.4 Keuzevermogen
7.5 Omzetbelasting (BTW)
8. Administratie
8.1 Zelf doen of uitbesteden?
9. Verzekeringen
10. Personeel
10.1 Verzuimverzekering
10.1.1 Preventie
10.1.2 Kostenpost?
10.1.3 Personeelsadministratie/loonadministratie
10.1.4 Arbeidsovereenkomst
10.1.5 Flexibele arbeidsovereenkomsten
10.1.6 Verzuim
10.1.7 Doorbetalingsverplichting
10.1.8 Arbo-wet
10.1.9 Contractbeëindiging
11. Subsidies
12. Werken en Bijstand
12.1 Bijstand aan zelfstandigen
12.2 Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen BBZ
12.3 Wet Werk en Inkomen Kunstenaars WWIK
12.4 Werken en een UWV uitkering
13. Werkruimte aan huis
14. Zwart werken
15. Valkuilen
16. De armoedeval
17. Artiesten
18. Hoe word ik rijk?
19. Hypotheek
20. Samenleven
21. Beleggen en sparen
21.1 Aandelen, Obligaties en Opties
21.1.1 Index
21.1.2 Opties
21.1.3 Aandelenfondsen
21.1.4 Checklist Financiële Producten
22. Beleggen
23. Persoonlijke Financiële Planning
24. Levensloopregeling
25. Meer informatie
26. Mijn keuzes
1. Marktverkenning. (voorwerk deel één)
Is er markt voor jouw idee? Je denkt dat je een gat in de markt gevonden hebt, maar is dat ook echt zo? Marktonderzoek geeft zicht op actuele product- en verkoopcijfers, brengt groeikansen van de branche in beeld en kan trends en ontwikkelingen signaleren die van invloed kunnen zijn op je idee. Zoveel marktonderzoekers als er zijn, zoveel methodes zijn er ook om jouw markt te verkennen. Bij starters gaat het om die ene vraag: is er markt voor jouw idee of jouw product? Natuurlijk kun je dikke rapporten laten maken, maar veel belangrijker is dat je gewoon je verstand gebruikt. Bij het doen van marktonderzoek is het vooral belangrijk om te kijken naar de branche waarin je actief wilt zijn en naar je mogelijke concurrenten. Het gaat erom hoe jij je kan onderscheiden. Er zijn veel marktonderzoekbureaus die voor je kunnen uitzoeken of jouw idee kans van slagen heeft. Het voordeel van uitbesteden is dat marktonderzoeksbureaus meestal over een enorme ervaring beschikken, waardoor het onderzoek vaak goed doortimmerd is. Bovendien zijn zij in staat om kritisch naar jouw idee te kijken, terwijl starters zelf nog wel eens vergeten om hun roze bril af te zetten en de kansen daardoor te rooskleurig inschatten. Een nadeel is natuurlijk dat marktonderzoekers (veel) geld kosten. Er is veel voor te zeggen om het marktonderzoek zelf te doen. Je krijgt dan zelf direct een goed inzicht in de branche waarin je actief wilt worden. Je leert op voorhand je concurrenten, kansen en bedreigingen kennen. Als je zelf een marktonderzoek maakt, omschrijf dan eerst goed wat je wilt aanbieden.
Een goed marktonderzoek staat of valt bij een goede 'probleemstelling'. Dus niet: 'is er markt voor een snackbar in Nederland', maar 'is er markt voor een goedkope snackformule met bezorgservice in Groningen, wijk Beyum.' Door deze gedetailleerdere vraag kun je gerichter informatie zoeken. Anders krijg je een wirwar aan gegevens waar je eigenlijk niets aan hebt. Stel vast welke gegevens je nodig hebt en waar je deze vandaan kunt halen
Het Centraal Bureau voor de Statistiek is een betrouwbaar startpunt. Afhankelijk van je vraagstelling kan je grasduinen in Statline, een uitgebreid bestand van statistieken en economische gegevens. Ook een aanbeveling is Cijfers en Trends van de Rabobank. Deze bronnen geven vooral een algemeen inzicht.
Brancheverenigingen of product- en bedrijfsschappen zijn ook een prima bron. Bij de Kamer van Koophandel kan je natuurlijk ook gegevens opvragen. Zo kun je bijvoorbeeld een overzicht krijgen van alle snackbars in Beyum.
Bestudeer ook even het faillissementenoverzicht: als in de recente periode een groot aantal bedrijven in jouw branche ten onder is gegaan, moet je nog maar eens goed nadenken over de vraag of je wel op de goede weg zit
Bij marktverkenning is het vooral belangrijk dat je goed om je heen kijkt. Verdiep je in je concurrenten. Vraag brochures van hen aan, ga -indien mogelijk- bij hen langs, bekijk hun producten, ervaar hun service, praat met hun huidige klanten, bekijk hun bedrijfspand, analyseer hun zwakke en sterke punten en bedenk hoe je zich van hen kunt onderscheiden en waarom je het beter kunt.
Naar aanleiding van je onderzoek kun je conclusies trekken:
- Wees kritisch naar jezelf.
- Spiegel de situatie niet te rooskleurig voor.
- En durf ook 'nee' te zeggen als er te veel onzekerheden zijn.Als je wel mogelijkheden ziet, probeer je dan zo veel mogelijk te onderscheiden van je concurrenten. Maak je er niet vanaf met kreten als 'ik lever betere service' of de 'beste kwaliteit', maar benoem telkens punt voor punt hoe je dan die betere service gaat verlenen en hoe je denkt die kwaliteit te kunnen waarborgen.
Het mooiste is als je aan het eind van deze marktverkenning een plan hebt hoe je jouw concurrenten denkt te kunnen verslaan.
2. Ondernemingsplan. (voorwerk deel twee)
Voor sommige ondernemers is het starten relatief eenvoudig. Ik ben zelf destijds ook gewoon naar de Kamer van Koophandel gegaan met een bedrijfsnaam (Inside Information) en een bedrijfsomschrijving (financieel adviesbureau). Toen nog een briefje naar de belastingdienst en klaar was Henk.Vaak is het niet zo simpel en/of niet verstandig zo onbezonnen te starten. Het kan verstandig zijn om één en ander concreet te maken en ook vast te leggen: tijd voor het ondernemingsplan. Als je het ondernemingsplan aan het schrijven bent, begint je onderneming steeds concretere vormen aan te nemen. Je zult geconfronteerd worden met eventuele risico's en de haalbaarheid van je plannen en de continuïteit van de onderneming op langere termijn. Het is de gelegenheid om knopen door te hakken, om te beslissen daadwerkelijk te starten of je plannen bij nader inzien toch maar niet door te zetten.
Als je een lening bij de bank gaat aanvragen, heb je een degelijk ondernemingsplan nodig. Een bank is per slot van rekening geen filantropische instelling, en zal willen weten hoe haalbaar je plannen zijn en of je in staat zult zijn om je termijnen terug te blijven betalen. Je ondernemingsplan geeft je inzicht in jouw (deel-) markt, de financiële mogelijkheden en de haalbaarheid van je idee.
Houd je ondernemingsplan overzichtelijk, consistent, verzorgd en handzaam.
Bijt je niet teveel vast in je plan; als blijkt dat je onderneming zich een onverwachte kant op ontwikkelt, raak dan niet in paniek en pas gewoon je plan aan.
In je ondernemingsplan komen de volgende onderdelen aan bod:
- Persoonlijke gegevens.
- Een korte omschrijving van je plan.
Omschrijf wie je bent en wat je wilt. Aan bod komen je gezins- en inkomenssituatie, je financiële verplichtingen, opleiding en ervaring, sterkte/zwakteanalyse en je motivatie achter het starten. In welke branche wil je opereren, wat voor bedrijf ga je oprichten, met ingang van welke datum en in welke plaats.
- Marketingaanpak. Dit onderdeel is essentieel voor succes. Hoe ziet je aanbod eruit? Wie zijn je klanten? Hoe wil je de producten of diensten aan de man/vrouw brengen? Je geeft een beeld van je doelgroepen, product, prijzen, je positie op de markt en de concurrentie. Dit deel sluit dus aan op de marktverkenning.
- Investeringen en financiering. Welke middelen heb je nodig om je bedrijf daadwerkelijk te starten? Denk aan investeringen in het pand, inrichting, machines, voorraden en de debiteuren. Neem in deze begroting zowel de reeds gedane als de nog te komen investeringen op.
- Exploitatie en aflossingscapaciteit. Dit onderdeel behandelt de te verwachten omzet en kosten voor de komende jaren. Hiermee kun je bepalen of je van je bedrijf kunt leven en of je de financiële verplichtingen kunt nakomen.
- Specificatie privé. Wat heb je privé nodig om van te leven? Denk hierbij ook aan de inkomstenbelastingen, verzekeringen en een pensioenregeling.
- Liquiditeitsprognose. Wat zullen je uitgaven en inkomsten voor de eerstkomende twee of drie jaren zijn? De kunst van het ondernemingsplan is om zakelijk en precies, doch beknopt te beschrijven op welke wijze je denkt succes te behalen. Dit sluit nauw aan bij de exploitatie en aflossingscapaciteit, maar aflossingen op leningen, nieuwe investeringen en privé staan niet in de exploitatiebegroting, Afschrijvingen horen in de liquiditeitsprognose; het zijn wel kosten, maar geen uitgaven.
In het plan moet je enthousiasme en bevlogenheid vertalen in zakelijkheid.Zowel het IMK als de Kamer van Koophandel hebben een wel erg uitgebreide handleiding 'Ondernemingsplan voor de startende ondernemer' te koop.
Laat het vooral jouw ondernemingsplan zijn: een bank wil vooral de persoon/ondernemer achter het plan zien in plaats van veel cijfers voor 7 jaar vooruit. Een aanrader is ook beslist ‘de advocaat van de duivel toets’ van ABN-Amro. Deze toets laat je heel kritisch naar je plannen kijken.
2.1 Prijsstelling. ( wat ben je waard? )
Een prijsstelling voor wat je verkoopt moet je hebben en het is nuttig hier wat aan te rekenen.
-Wat moet ik omzetten om al mijn kosten en belastingen te kunnen betalen en toch redelijk te kunnen leven?
- Hoeveel uren moet ik dan gezien mijn prijsstelling werken?
- Is dat reëel?Een voorbeeld: als ik € 1.750 netto per maand wil verdienen, dan moet mijn netto winst op jaarbasis € 21.000 plus de inkomstenbelasting bedragen, dus € 24.000. Als mijn bedrijfskosten (zoals huur, boekhouding, computer, kantoorkosten, telefoonkosten, bijscholing, reiskosten, verzekeringen) op jaarbasis € 6.000 bedragen dan moet mijn brutowinst (omzet minus directe kosten) € 30.000 zijn. Als mijn directe kosten (inkoop) laag zijn, dan moet ik bijvoorbeeld € 33.000 per jaar omzetten. Bij 40 weken per jaar waarin ik daadwerkelijk omzet kan maken (ik wil ook op vakantie, soms heb ik de griep en tijdens de Kerstdagen kan ik niets verkopen), moet ik dus per week € 825 omzetten. Die € 825 kan ik niet gewoon door 40 uur per week delen. Er zijn improductieve uren, zoals voor reclame maken, het bijwerken van de boekhouding, bijhouden van vakkennis. Als je verwacht per week maximaal 24 productieve uren te kunnen maken, dan moet je per uur ca. € 35 exclusief BTW in rekening brengen. Uiteraard is deze berekening bij elke onderneming anders, maar altijd erg nuttig om te doen.
Meestal heb je niet de vrijheid zelf de prijs te bepalen: er is vaak sprake van concurrentie, een marktprijs en/of een maximale draagkracht van je klanten. Ook kun je genoodzaakt zijn in het begin een klantenkring op te bouwen door iets goedkoper te zijn dan gevestigde bedrijven. Kijk hiermee wel uit, want je verzwakt hiermee de financiële positie van je eigen branche. Het is moeilijk je prijs later te verhogen zodat je onderneming nooit financieel gezond zal worden. Als je met behoud van uitkering start, is één van de voorwaarden dat je niet aan concurrentievervalsing mag doen.
2.2 Reclame (eventueel met huiswerkafspraken)
Als ondernemer zijnde is het van essentieel belang met je kwaliteiten naar buiten te komen: reclame maken. Het is soms eenvoudig en voor de hand liggend; een groenteboer op de markt zal hierover weinig nadenken. Het is soms ingewikkeld om een effectieve/efficiënte methode van reclame te vinden die bij jou en je dienst/product/kwaliteiten past. Diensten zoals psychotherapie, coachen en adviezen zijn moeilijker aan de man/vrouw te brengen dan goederen als appels, peren, knollen en citroenen. Daar kan ook nog bijkomen, dat je niet zo expressief bent en je geen collega's hebt om je aan op te trekken. De meest geweldige genezer die heel spiritueel in zijn paarse kamertje zit te wachten op een betere wereld zal vast heel verlicht worden, maar niet rijk. (Wat weer een beperkende overtuiging van mij is, maar wel heel aards!)
Als je doelstelling mede is om met je kwaliteiten in de wereld te komen en daar ook geld voor terug te krijgen, dan is het een goed idee om structureel te werken aan reclame/marketing. Je kunt met een vriend of vriendin – die geen verstand van zaken hoeft te hebben, luisteren is genoeg - elke twee weken een huiswerkafspraak te maken met als doel (meer met je kwaliteiten naar buiten te kunnen komen.
Thema's van zulke afspraken kunnen zijn:- Wat zijn mijn kwaliteiten (diensten en/of producten)
- Wat zijn mijn kwaliteiten waard (prijs)
- Wie heeft wat aan mijn kwaliteiten (doelgroep)
- Hoe maak ik mijn kwaliteiten wereldkundig (reclame)Voorbeelden van huiswerkopdrachten zijn:
- Maak een lijst met 10 diensten die je aanbied
- Maak een lijst met 10 reclamevormen en geef er commentaar op. Zoals: lezing - durf ik niet, adverteren - te duur, folders – zinloos want er zijn er al zoveel.Later worden de huiswerkopdrachten praktischer:
- Bel 5 groepspraktijken op en vraag of ze nog een nieuwe therapeut nodig hebben.
- Vraag de buurman of hij nog iemand kent die een webpagina nodig heeft.Het voordeel van dergelijke afspraken is, dat je minder alles alleen hoeft te doen, dat je het huiswerk gedaan hebt. Of niet, maar dan is de vraag: waarom? Tijdelijke drukte of weerstand? Bij tijdelijke drukte komt het de volgende keer wel, bij weerstand is het zaak daar aandacht aan te besteden.
Mijn lijstje met mogelijkheden van reclame:
- Adverteren - vaak lange adem nodigBedenk vooraf waar je reclame op gericht moet zijn. Psychotherapeuten zullen mijns inziens eerder moeten proberen de drempel te verlagen in plaats van allerlei beloftes te doen. Een internetcafé zoekt mensen zonder PC, dus 65 plussers of allochtonen.
- Reclamebord aan de deur - altijd doen
- Open middag voor de buurt - weten je buren ook wat je doet
- Lezingen - voor een fles wijn 20 mensen informeren
- Cursus geven - daar kun je ook klanten aan overhouden
- Etalage - indien mogelijk
- Mailing - niet te breed, bijv. alleen bakkers in Groningen
- Folders verspreiden - huis aan huis
- Website - daar moet je wel reclame voor maken
- Netwerken - bekenden/familie/ex-collega's vragen om hulp/ideeën
- Mond op mond reclame - de eerste klanten zijn de belangrijkste
- Beurzen, markten - van Ondernemingsbeurs tot Paravisie
- Meeliften - de houtbewerkingcursus aanbieden via de ijzerhandel
- Interviews - in het buurtkrantje bijvoorbeeld
- Bellen - als boekhouder nieuwe inschrijvers bij de KvK bellen of ze
interesse hebben in een gesprek.
3. Onderneming.Een onderneming is een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid met een winstoogmerk.
Meer ingevuld zien de bedrijfsvereniging en de Belastingdienst iemand als ondernemer die:- Als dusdanig ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel (behalve bij vrije beroepen)
- Een BTW-nummer heeft (wanneer nodig)
- Een fatsoenlijke administratie heeft
- Voldoende verzekerd is
- Minimaal voor drie opdrachtgevers werkzaam is per jaar en niet voor meer dan 90% van de omzet afhankelijk is van één opdrachtgever
- Ondernemersrisico loopt (erg belangrijk)
- Een winststreven heeft (moet objectief te bepalen zijn, dus alleen de bedoeling rijk te worden van postduiven volstaat niet om deze ongetwijfeld leuke hobby als onderneming te beschouwen)
- Reclame maaktDe belastingdienst geeft vooraf duidelijkheid over ondernemerschap of niet via de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Bij een VAR en Winst Uit Onderneming (WUO) is je opdrachtgever ook verschoond van aanspraken door de Uitvoeringsinstelling Werknemers Verzekering (UWV). Het UWV toetst soms na afloop of er geen sprake is van loondienst (loondienst betekend persoonlijke arbeid, beloning en gezagsverhouding).
3.1 Rechtsvormen. (soorten ondernemingen)
Ben je ondernemer, dan zijn er verschillende soorten ondernemingen. Ga je alleen werken, of ga je samen met iemand anders iets beginnen? Wie draagt welke verantwoordelijkheden, en wie kan er aansprakelijk gesteld worden als er iets misgaat? Hoe groot is je investeringskapitaal? Als je een onderneming wilt beginnen, is het van belang te weten wat voor soorten ondernemingen er zijn, wat de verschillen zijn en welke vorm het beste bij jouw idee past. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om - al dan niet samen met een ander - een 'rechtspersoon' in het leven te roepen. Deze rechtspersoon wordt beschouwd als de eigenaar van de onderneming. Je zult dus ook een keuze moeten maken uit de verschillende rechtsvormen waarin je het beroep kunt uitoefenen. De rechtsvorm die je kiest is beslissend voor de aansprakelijkheid en heeft daarnaast invloed op je belastingverplichtingen.
3.2 Ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid:
Bij ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid ben je persoonlijk verantwoordelijk voor alle zaken rond de onderneming. Jij - en je eventuele levenspartner - wordt persoonlijk voor je gehele vermogen aansprakelijk gesteld als er zaken misgaan met je bedrijf.
- De eenmanszaak. De naam zegt het al: je drijft deze onderneming alleen. Dit betekent dat je het beroep in je eentje uitoefent – een Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP) - , of dat je de enige eigenaar bent. Het is ook mogelijk een eenmanszaak te hebben als je personeel in dienst hebt. Je kunt als ondernemer van een eenmanszaak volledig aansprakelijk gesteld worden. Ben je getrouwd in gemeenschap van goederen, dan is je echtgeno(o)t(e) ook aansprakelijk.
- De Maatschap. In een maatschap beoefenen één of meer 'maten' samen een vrij beroep. Een vrij beroep is een beroep waarbij de ondernemer niet of nauwelijks te vervangen is, omdat zijn diensten of producten voortkomen uit persoonlijke kwaliteiten. Denk bijvoorbeeld aan accountants, (tand)artsen, adviseurs of advocaten. De maten zijn met hun eigen vermogen in dezelfde mate aansprakelijk voor eventuele schulden van de maatschap. Het is verstandig om een samenwerkingscontract op te stellen.
- De Vennootschap onder firma (VOF). Naast de eenmanszaak één van de meest voorkomende vormen van bedrijf die door starters wordt opgericht. In een vennootschap drijven meerdere personen (firmanten of vennoten) samen een onderneming. Elk van de vennoten brengt kapitaal, goederen en arbeid in. Elke vennoot die aan de eisen voor ondernemers voldoet, kan gebruik maken van de speciale regelingen die er voor ondernemers zijn. Afspraken tussen de vennoten liggen vast in een vennootschapscontract. Vennoten kunnen met hun gehele vermogen aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schulden van de onderneming. Voor de omzetbelasting is de VOF de belastingplichtige, voor de inkomstenbelasting elke vennoot individueel.
- De man/vrouwfirma. De man/vrouwfirma is in beginsel hetzelfde als een vennootschap onder firma (VOF), ware het niet dat je het bedrijf samen met je echtgeno(o)t(e) runt. Voor de man/vrouwfirma gelden dezelfde regels als voor de VOF. Voordat je een man/vrouwfirma start, is het handig te weten dat voorwaarde hiervoor is dat beide echtgenoten ook daadwerkelijk optreden als ondernemer. Ze moeten dus beiden contracten afsluiten, overleg voeren met de bank en dergelijke. Beide echtgenoten zijn dus voor het eigen vermogen aansprakelijk voor de schulden van de firma; ook als zij onder huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd. Bij een ondernemer met aanloopverliezen en een goed verdienende partner kan het aantrekkelijk zijn te kiezen voor de man/vrouwfirma, waarbij de verliezen afgewenteld/verrekend kunnen worden met het hoge inkomen. Bijvoorbeeld een winstverdeling van fifty/fifty na een vast arbeidswinstaandeel van € 20.000,- en de verliezen voor 100% ten laste van de goed verdienende partner. Vanaf 1-1-2001 zijn er nadere eisen gesteld aan vennootschappen (en maatschappen) die vooral man/vrouw firma's zullen treffen. De samenwerking tussen de vennoten moet namelijk maatschappelijk gebruikelijk zijn, dus ook voorkomen tussen niet partners. De VOF tussen een arts en zijn assistent levert géén fiscale voordelen meer op.
- De commanditaire vennootschap (CV). De commanditaire vennootschap lijkt veel op de VOF. Je hebt binnen een commanditaire vennootschap twee soorten ondernemers. Zo zijn er de 'stille' vennoten. Zij brengen kapitaal in, maar houden zich niet bezig met de dagelijkse gang van zaken. Stille vennoten worden over het algemeen fiscaal niet als ondernemer aangemerkt. De stille vennoten zijn alleen aansprakelijk voor het gedeelte van het bedrag dat zij in het bedrijf hebben geinvesteerd. De 'beherende' vennoten zijn wel met hun hele vermogen aansprakelijk voor eventuele schulden van de vennootschap. Deze vorm kan bijvoorbeeld geschikt zijn bij de overdracht van een onderneming van moeder op dochter of vader op zoon, dit vanwege het niet hoeven afrekenen met de Belastingdienst en vanwege zekerheden voor de stille vennoot.
3.3 Ondernemingsvormen met rechtspersoonlijkheid.
Een belangrijk voordeel van deze ondernemingsvormen met rechtspersoonlijkheid is dat je privé geen risico loopt. Bij grove nalatigheid of schuld ben je als bestuurder wel aansprakelijk, uiteraard ook als je - bijvoorbeeld bij een lening van de bank - ook privé meegetekend hebt.
Bij belastingschulden en sociale lasten wordt die grove nalatigheid of schuld al verondersteld als je de betalingsonmacht niet tijdig meldt!
Dus bij liquiditeitsproblemen is het belangrijk om tijdig de Belastingdienst en de uitvoeringsinstelling - UVW - te waarschuwen.- De Besloten Vennootschap (BV). Een besloten vennootschap kun je in je eentje of met anderen oprichten. Daarvoor heb je wel een startkapitaal van minstens € 18.151,- nodig. Dit kan uit geld bestaan, maar ook uit goederen, of uit een onderneming - vaak de éénmanszaak of de VOF die je in de BV inbrengt - met een vergelijkbare waarde. Verder betaald een BV 29,6% vennootschapsbelasting (of 25,5% over de eerste € 22.689,-) over de winst van de BV. De aandeelhouders zijn aansprakelijk voor het bedrag dat zij in de onderneming hebben geïnvesteerd. Het kan echter voorkomen dat financiers om een 'persoonlijke borgstelling' van de directeuraandeelhouder verzoeken. In dat geval is deze alsnog met zijn eigen vermogen aansprakelijk. Om een BV op te richten schakel je een notaris in. In de notariële akte wordt onder meer de verdeling van de aandelen onder de diverse oprichters vastgelegd. Vervolgens heb je van het Ministerie van Justitie een 'verklaring van geen bezwaar' nodig. Omdat één en ander nogal wat tijd in beslag kan nemen, kun je overwegen je vast als BV i.o. (in oprichting) in te schrijven. Zolang de statuten echter nog niet zijn goedgekeurd, zijn de bestuurders wel hoofdelijk aansprakelijk! Ook wanneer 'onbehoorlijk bestuur' wordt geconstateerd, kunnen de bestuurders aansprakelijk worden gesteld. Je kunt ook een bestaande BV kopen, denk dan wel om een "balansverklaring" van een accountant, anders kun je aansprakelijk gesteld worden voor schulden uit het verleden! Met betrekking tot belasting betalen is een BV zelden aantrekkelijker dan een eenmansbedrijf of een VOF, bij relatief lage winsten zelfs een stuk onaantrekkelijker. Een BV oprichten kost ca. € 5.000,- en ca. 3 tot 6 maanden. Een bestaande BV kopen is wel sneller maar in het algemeen niet goedkoper. De "onderhoudskosten" van een BV zijn ook hoger dan bij een eenmanszaak, de KvK-inschrijving, de publicatieplicht en de jaarrekening zijn allemaal duurder dan bij een eenmansbedrijf of VOF.
- De naamloze vennootschap (NV). De BV en de NV lijken sterk op elkaar. Ook voor de oprichting van een NV moet je naar een notaris, en heb je een verklaring van geen bezwaar nodig. Je hebt een startkapitaal nodig van minstens € 45.378,-. De NV kan aandelen aan toonder uitgeven, een BV alleen aandelen op naam.
- De stichting of de vereniging. Een stichting werkt vanuit een ideële doelstelling. Waar een stichting bestuursleden en donateurs heeft, heeft de vereniging leden. Van beide mag de hoofddoelstelling niet zijn het maken van winst. Voor het opzetten van een stichting moet een notariële akte worden opgemaakt, voor het opzetten van een vereniging hoeft dat niet perse. In sommige gevallen wordt de stichting of de vereniging ook als onderneming beschouwt, wanneer de activiteiten van de stichting of de vereniging 'van bedrijfsmatige aard' zijn. Wanneer de stichting of vereniging (deels) als onderneming wordt aangemerkt en winst maakt zal er ook vennootschapsbelasting afgedragen moeten worden.
- De coöperatie. Een coöperatie is een vereniging die zich ten doel stelt te voorzien in bepaalde materiële belangen van haar leden door overeenkomsten met hen af te sluiten. Bij de coöperatie mag, anders dan bij de 'gewone verenigingen', winst worden uitgekeerd aan de leden. Om een coöperatie op te richten heb je tenminste twee leden nodig. Ondanks dat de coöperatie een rechts-persoon is, zijn de leden bij ontbinding ervan voor gelijke delen - tenzij anders vastgelegd in de statuten - aansprakelijk voor eventuele tekorten. Dit noemt men de zogenaamde Wettelijke Aansprakelijkheid (WA). In de statuten van de onderneming kan echter worden vastgelegd dat de aansprakelijkheid geheel wordt uitgesloten (UA), of beperkt wordt tot een bepaald maximum (BA). Voor de oprichting van een coöperatie moet je - net als bij een BV - ook naar de notaris. Je hebt echter geen minimumkapitaal nodig. Fiscaal lijken BV's en coöperaties wel veel op elkaar. Beiden betalen vennootschapsbelasting.
3.4 Freelancers. (Zelfstandigen zonder personeel ZZP)
Freelancers zijn mensen die als zelfstandig ondernemer hun werk uitoefenen. De Belastingdienst ziet echter een verschil tussen ´resultaat overige werkzaamheden´ en ondernemers. Freelancers kunnen soms ook voor 'slechts' één opdrachtgever werken. Als je als freelancer werkt, dan word je soms beschouwd als een werknemer. Hierbij wordt met name de gezagsverhouding getoetst. Voor ´interimmers´ - waar de gezagsverhouding altijd aanwezig is - bestaan speciale eisen om loondienst te voorkomen. Loondienst betekent dat je opdrachtgever nog premies moet afdragen over het loon dat hij je heeft uitbetaald. Om dit te voorkomen zou je als freelancer in ieder geval kunnen denken aan het afsluiten van een goede freelancerovereenkomst. Er zijn meerdere redenen om je freelancerwerkzaamheden nog eens nader te beschouwen en je af te vragen of het geen goed idee is een eigen onderneming op te starten. Denk vooral aan de fiscale voordelen die je geniet als ondernemer, zoals met name de zelfstandigenaftrek.
4. Vergunningen.
- Vestigingsvergunning. Voor veel vormen van bedrijfsuitoefening heb je een vestigingsvergunning nodig op grond van de Vestigingswet. De vestigingswet schrijft voor dat de ondernemer die een bedrijf in een bepaalde branche uitoefent die in die wet geregeld zijn een vergunning moet hebben van de Kamer van Koophandel. Je moet dan wel voldoen aan een aantal voorwaarden. Zo worden bijvoorbeeld je handelskennis, je vakbekwaamheid en je kredietwaardigheid getoetst.
Soms heb je geen diploma nodig, maar kan een verklaring aangevraagd worden. Deze verklaring moet dan een specifiek bewijs van ervaring zijn. Op grond van deze verklaring kan dan alsnog een vergunning worden verleend. Het kan ook gebeuren dat je geen vergunning krijgt, terwijl er toch aanleiding is om de uitoefening van het bedrijf toe te staan. In zo´n geval wordt ontheffing verleend. Heb je eenmaal een vestigingsvergunning, dan kun je het bedrijf niet vestigen waar je maar wilt. Dat wordt namelijk geregeld in het bestemmingsplan. Vrije beroepsoefenaars (artsen, advocaten, kunstenaars) hebben geen V.V. nodig.
- Bestemmingsplan. In Nederland bepalen bestemmingsplannen van de overheid waar je wel en niet een bedrijf mag opzetten. In deze bestemmingsplannen staat ook wat de gebruiksmogelijkheden zijn voor je pand en perceel en wat er allemaal nog in de omgeving kan veranderen. Houdt er rekening mee, dat de gemeente een bestemmingsplan kan wijzigen. Het is heel belangrijk de procedure hiervan te kennen, want de toekomst van je bedrijf kan ervan afhangen!
- Milieuvergunning. De Wet Milieubeheer geldt voor vrijwel alle ondernemingen. De wet is bedoeld om de milieuvervuiling binnen de wettelijke normen te houden. Als je hinder, gevaar, overlast of schade kunt veroorzaken heb je waarschijnlijk een vergunning nodig.
Het kan zijn dat je in aanmerking komt voor een vrijstelling, slechts een melding moet indienen van je bezigheden, of dat je daadwerkelijk een vergunning aan moet vragen. Voor meer informatie kun je terecht bij de KvK.
- Bouwvergunning. Als je voor je onderneming een bedrijfspand wilt gaan (ver)bouwen, krijg je te maken met de Woningwet, het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening. Ga voor meer informatie naar de KvK en de gemeente.
- Gebruiksvergunning. Als je eigenaar of huurder bent van een pand, moet je een gebruiksvergunning aanvragen. De verantwoordelijkheid voor het veilig gebruik van een bouwwerk of inrichting ligt bij de gebruiker van het pand. Een gebruiksvergunning geeft voorschriften voor het beperken op de kans op brand en de gevolgen daarvan. Deze voorschriften worden vertaald naar bouwkundige tekeningen en als voorwaarden in de vergunning opgenomen. De voorschriften worden bepaald door de gemeente op advies van de brandweer.
- Lokale heffingen. Elke gemeenteraad heeft een Algemene Plaatselijke Politieverordening (APV) die het gebruik van de openbare ruimte regelt - bijvoorbeeld voor terrassen, reclame. Voor de gemeentelijke eisen betreffende vergunningen kun je naar je gemeente gaan.
- Markthandel. Voor markthandel heb je geen diploma nodig, maar wel een marktvergunning van de gemeente.In de marktverordening van de gemeente staan de regels voor standhouders. Je moet zelf bij de gemeente informeren hoe de marktplaatsen worden toegewezen.
- Horeca. Wil je een bedrijf in de horeca starten, dan heb je hiervoor een speciale vergunning nodig volgens de Drank- en horecawet (niet voor de vestigingswet). Je moet de aanvraag doen bij de gemeente waar je het bedrijf wilt vestigen. De leidinggevenden moeten in het bezit zijn van het diploma Sociale Hygiëne. Ook heb je een exploitatievergunning nodig. Daarbij kun je te maken krijgen met vergunningen betreffende het terras, reclameuitingen of speelautomaten. Het is aan te raden om ruim van tevoren met de gemeente hierover contact op te nemen. Ondernemers in de horeca- recreatie- en cateringsector zijn wettelijk verplicht hun onderneming binnen een maand aan te melden bij het Bedrijfschap Horeca en Catering.
- Winkeltijden. Winkels mogen van maandag tot en met zaterdag geopend zijn tussen 6.00 en 22.00 uur. Iedere avond kan dus koopavond zijn, maar winkeliersverenigingen maken soms afspraken over gezamenlijke opening of sluiting. Hoe druk het in jouw winkel is, kan immers afhangen van de drukte bij de buren. Op zondagen zijn winkels in principe dicht. Wel mag elke gemeente maximaal twaalf koopzondagen per jaar aanwijzen. Dit gebeurt meestal op verzoek van de winkeliersverenigingen. Voor eerste kerstdag, paasdag, pinksterdag en hemelvaartsdag geldt een absoluut verbod van openstelling. Op tweede kerstdag, paasdag en pinksterdag mogen winkels wel eventueel geopend zijn, evenals op Koninginnedag (30 april) en bevrijdingsdag (5 mei).
Bij twijfel kun je bij de gemeente, brancheorganisatie of de KvK informatie inwinnen over de plaatselijke toegestane openingstijden.
- Goederenvervoer. In de wet goederenvervoer worden twee vormen van goederenvervoer onderscheiden. De eerste vorm betreft het goederenvervoer over de weg waarbij aan derden een betaling wordt gevraagd; het zogenaamde beroepsgoederenvervoer. Heb je bij het beroepsgoederenvervoer (vracht)auto’s nodig met een laadvermogen van meer dan 500 kg, dan moet je een vergunning aanvragen bij het NIWO (Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie) in Rijswijk. Deze vergunning is onbeperkt geldig en dient in elke afzonderlijke vrachtauto aanwezig te zijn met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Als je vrachtauto’s inzet met een laadvermogen boven de 3.500 kg moet je ook een zogenaamde Eurovergunning aanvragen; dit document is 5 jaar geldig. Je komt in aanmerking voor deze vergunningen als je voldoet aan een drietal eisen: kredietwaardigheid, betrouwbaarheid en vakbekwaamheid. Voor vragen kun je contact opnemen met www.niwo.nl. Naast het beroepsgoederenvervoer worden ook eisen gesteld aan het vervoer van goederen afkomstig van of op weg naar het eigen bedrijf. Maak je gebruik van een vervoermiddel met een laadvermogen van meer dan 500 kg, dan moet je ingeschreven staan bij de Stichting Inschrijving Eigen Vervoer. Voor meer informatie: SIEV Zoetermeer. Tel.: 079-3438585.5. Bedrijfsnaam. (van ‘Klaassen Bouw’ tot ‘Het handige vrouwtje van de maan’)
Iedere starter móet een naam bedenken voor zijn bedrijf, al is het je eigen naam. Belastingdienst en Kamer van Koophandel eisen dat namelijk van je. Het lijkt simpel, maar soms is het lastig om een pakkende naam te verzinnen. Je moet over het algemeen lang doen met zo'n naam. Bovendien moet de bedrijfsnaam goed bij jou en je activiteiten passen en ook nog inzicht geven in wat je doet. Een bedrijfsnaam moet aan een aantal eisen voldoen. Je bedrijfsnaam wordt onder meer zichtbaar op drukwerk. Voor het verzinnen van een goede naam bestaat geen advies. Een brainstormsessie met vrienden of bekenden wil nog wel 's helpen. En natuurlijk kun je er ook reclamebureaus voor inhuren. Kies sowieso voor een krachtige naam; een die blijft hangen en die gemakkelijk te onthouden is. Het is wel zo handig als mensen meteen je naam kunnen intikken op internet, zonder dat je deze via de telefoon eerst moet spellen. Zeg met je bedrijfsnaam wat je doet en wat je wilt uitstralen. Een uitvaartbedrijf met een frivole naam zal niet bij iedere potentiële klant in goede aarde vallen. En ook accountants en notarissen zullen wat voorzichtiger moeten zijn. Juist creatieve bedrijven kunnen het zich wél permitteren om verrassende of gekke namen te kiezen. Een saaie naam kan dan juist tegen je werken. Humor kan helpen bij het verkrijgen van naamsbekendheid, maar enige terughoudendheid is gewenst. Zo'n naam is natuurlijk ook je visitekaartje. En het zou de suggestie kunnen wekken dat je het werk niet zo serieus neemt. Als je een naam hebt gevonden, is het goed om deze eerst eens te testen. Laat hem vallen bij vrienden, collega's en bekenden en vraag wat ze ervan vinden. Wat voor associaties roept het bij hen op en vinden ze de naam bij je passen. Het vinden van een goede naam hangt ook nauw samen met de beschikbaarheid van een eventuele domeinnaam. Check op domainregistry.nl altijd even of de naam die je in gedachten hebt nog 'vrij' is. Zo ja: claim 'm dan onmiddellijk. Als je vindt dat de naam definitief geschikt is voor je bedrijf, wil dat nog niet zeggen dat je die naam daadwerkelijk mag gebruiken. De bedrijfsnaam moet aan een aantal eisen voldoen. Volgens de Handelsnaamwet mag een bedrijfsnaam geen verwarring veroorzaken. Het is verboden om een handelsnaam te gebruiken die al door een ander wordt gebruikt of die daar veel op lijkt. Hierbij spelen de vestigingsplaats en de activiteiten eveneens een rol: twee cafés De Rode Leeuw in dezelfde straat geeft onherroepelijk problemen, maar één in Groningen en de ander in Arnhem zal weinig verwarrend werken. Bij inschrijving bij de Kamer van Koophandel wordt onderzocht of in het gebied van de Kamer al een bedrijf voorkomt met dezelfde naam. Tegen betaling kan je dit onderzoek ook landelijk laten uitvoeren. Dan wordt ook gezocht naar fonetische overeenkomsten. De Kamer van Koophandel geeft vervolgens een advies. Ondernemers hoeven dat niet op te volgen, maar het is wel raadzaam. Je zou de eerste niet zijn die -na het drukken van briefpapier, visitekaartjes en het laten maken van mooie neonlichtreclame - alsnog werd gedwongen om zijn naam te veranderen. Je handelsnaam mag evenmin in strijd zijn met bestaande merken. Als je van plan bent om je notenbar te voorzien van de naam 'Calvé' kon je best eens een groot probleem krijgen met Unilever, de rechtmatige eigenaar van deze merknaam. Het Benelux Merkenbureau in Den Haag of het Europees Merkenbureau in het Spaanse Alicante kunnen uitzoeken of je potentiële handelsnaam in strijd is met bestaande merken. Je mag je niet anders voordoen dan je bent. De naam Jansen & De Groot wordt onherroepelijk afgewezen door de Kamer van Koophandel als je het bedrijf in je eentje runt. Ook het toevoegen van de letters BV is niet toegestaan als je niet daadwerkelijk een besloten vennootschap bent. En ook de term Wereldhandelsonderneming wordt van tafel geveegd als je louter handel drijft binnen de Nederlandse grenzen. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kan het voorkomen dat een ander bedrijf bezwaar maakt tegen je naam. Als er bezwaren komen, is het raadzaam om eerst met het andere bedrijf te overleggen. Mocht je er niet uitkomen, dan rest vaak de gang naar de rechtbank. De rechter zal dan bepalen of een handelsnaam daadwerkelijk tot verwarring leidt. Natuurlijk zal de rechter in overweging nemen wie de naam als eerste heeft vastgelegd en heeft gebruikt.
Heb je eenmaal een naam, dan kun je ook aan de slag met een huisstijl. Je kunt zelf aan de slag op de computer, maar vaak is het beter om het werk over te laten aan grafisch vormgevers. Zelf gemaakte logo's zien er vaak toch wat onprofessioneel uit. Vergeet niet dat je logo een prominente plaats krijgt op de gevel, je briefpapier, folders en misschien wel op je auto. Dan is het wel zo prettig als het er ook echt mooi uitziet. Op de site van de Bond van Nederlandse Ontwerpers (BNO) kun je freelance vormgevers vinden. Let bij het ontwerpen van logo’s ook op het gebruik van kleuren. Hoe meer kleuren, des te duurder het wordt. Het laten drukken van briefpapier is een kostbare zaak. Vraag daarom van tevoren enkele offertes aan, want er zijn grote prijsverschillen.
Checklist gegevens briefpapier: naam, adres, eventueel postbus, postcode, vestigingsplaats, telefoonnummer, website, inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel, BTW-nummer (bij éénmansbedrijven: NL.Sofi-nummer.B.01), bankrekeningnummer, eventuele verwijzing naar algemene voorwaarden.
6. Financiering
Je gaat een bedrijfspand huren, wilt een computer gebruiken, hebt in veel gevallen een voorraad nodig en misschien kun je al niet zonder personeel. Kortom: je hebt geld nodig. Bij de omschrijving van financiering is er sprake van eigen vermogen en vreemd vermogen. Onder het eigen vermogen wordt verstaan: alles wat je als ondernemer zelf aan geld en bezittingen in de onderneming investeert. Dat hoeft niet altijd om privévermogen te gaan. Het eigen vermogen kan ook bestaan uit een achtergestelde lening. Zo'n lening wordt pas afgelost nadat alle andere schuldeisers helemaal zijn afgelost; dit wordt vaak gedaan door familieleden of goede bekenden, maar ook banken willen - onder voorwaarden – wel eens zo'n achtergestelde lening verstrekken. De verstrekkers van eigen vermogen zijn eigenlijk investeerders, zij lopen het meeste risico. Vreemd vermogen wordt verstrekt door financiers die zo min mogelijk risico willen lopen. Vaak wordt vreemd vermogen verstrekt door een bank, maar er zijn ook andere financiers, bijvoorbeeld inkooporganisaties of franchisegevers. Deze kredietverstrekkers willen doorgaans de zekerheid dat het geld ook weer kan worden terugbetaald. Daarom eisen zij zekerheden, zoals een hypotheek op onroerend goed of verpanding van inventaris, voorraad of uitstaande vorderingen. Er zijn twee soorten vreemd vermogen: lang vermogen en kort vermogen.
Bij lang vermogen is de looptijd meer dan een jaar (bijvoorbeeld hypotheek), bij kort vermogen is de looptijd korter dan een jaar.De meest voorkomende vormen van vreemd vermogen zijn:
- Krediet in rekening courant. Oftewel: rood staan. Vooraf kan je met de bank afspreken tot welk bedrag je rood mag staan. De mate waarin je gebruik maakt van dit krediet is afhankelijk van je inkomende en uitgaande betalingen. De rente wordt alleen geïnd als er ook van het krediet gebruik wordt gemaakt.
- Korte leningen/overbruggingslening. Als je geld nodig hebt maar verwacht dat je het ook binnen korte tijd weer kunt aflossen.
- Middellange lening. Deze leningen hebben meestal een looptijd van één tot tien jaar. Ze zijn bedoeld om inventaris, machines en vervoermiddelen te financieren. De stelregel bij het vaststellen van de periode waarvoor je geld leent, is dat de kredietperiode gelijk is aan de afschrijvingstermijn van de bedrijfsinventaris. Tien jaar geld aflossen voor een machine die een levensduur heeft van vijf jaar is niet aan te bevelen.
- De hypotheek is de meest bekende leenvorm voor de financiering van onroerend goed, zoals het bedrijfspand.
- Leasing is een geldlening voor de aanschaf van een bepaald bedrijfsmiddel, zoals voor auto's of machines. Er zijn twee vormen van leasing: financiële lease en operationele lease. Bij financiële lease wordt het bedrijfsmiddel eigendom van de onderneming, bij operationele lease wordt het bedrijfsmiddel geen eigendom van de onderneming, maar wordt het gehuurd van de leasemaatschappij, vaak inclusief onderhoud.
7. Inkomstenbelasting.
Vanaf 1-1-2001 is de wet Inkomsten Belasting 2001 van kracht. Kern van de wet Inkomsten Belasting 2001 is de boxenbenadering; het stelsel bestaat uit 3 boxen die bijna helemaal onafhankelijk naast elkaar staan.- Box I: Inkomsten uit werk: loondienst, winst uit onderneming, pensioen en uitkering. De eerste eigen woning, waarvan de hypotheekrenteaftrek gelimiteerd is tot 30 jaar. De belasting in deze box I loopt op van ca. 34% naar 52%, minus heffingskortingen. Als niet verdienende partner van een belastingbetalende fiscale partner kun je de heffingskorting uitbetaald krijgen. Alleen als er sprake is van een aantoonbaar pensioentekort kan er fiscaal aftrekbaar voor de oude dag worden gespaard.
- Box II: Het inkomen uit aanmerkelijk belang wordt - bij een bezit van 5% of meer van de aandelen van een BV of NV - belast met 25% (2007 22%). Bij inkomen kun je denken aan dividend en winst bij verkoop van de aandelen.
- Box III: Inkomen uit vermogen zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerend goed (het tweede eigen huis). De belasting is 30% van een fictief rendement van 4%; je betaalt dus 1,2% per jaar over de gemiddelde waarde van het vermogen (bezittingen minus schulden). Schulden boven de drempel van € 2.500,- worden verrekend in deze box en er is een vrijstelling van € 20.000,- per persoon per jaar. In box III worden personenauto's, pleziervaartuigen en kunstvoorwerpen in het algemeen vrijgesteld, evenals groene beleggingen en beleggingen in durfkapitaal Stille vennoten worden hier belast; fiscale faciliteiten als investeringsaftrek, de willekeurige afschrijving en de stakingswinst vrijstelling zijn uitgesloten voor de stille vennoot.7.1 Aftrekposten in de inkomstenbelasting.
- Scholingsuitgaven, met een drempel van € 500 per fiscale partner (!)7.2 Beginbalans. (van je onderneming)
- De aftrek voor ziektekosten: de drempel is 11,5% van het verzamelinkomen. Niet aftrekbaar zijn de premie voor de basis-verzekering (is een vast bedrag voor vastgesteld), de no-claim, kosten die je vergoed krijgt, kosten van medicijnen zonder voorschrift van een arts, plastische chirurgie en "gezondheidsuitgaven" zoals een matras, sport, voedingssupplementen, vitaminen e.d. Wel aftrekbaar zijn de door de werkgever of uitkeringsinstantie afgedragen premie (zie jaaropgave), de premies voor aanvullende verzekeringen, wel voorgeschreven maar niet vergoede medicijnen, € 23 per persoon voor de huisapotheek, uitgaven voor verzorging of verpleging (de eigen bijdrage thuiszorg), uitgaven voor gezinshulp (beperkt en alleen met facturen), 25% van de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg, hulpmiddelen (bril, rolstoel, steunzolen, kronen en bruggen, hoorapparaat met batterijen, contactlensen e.d.), kosten van woningsaanpassing op medische gronden, vervoerskosten naar arts en ziekenhuis, soms reiskosten voor ziekenbezoek, dieetkosten volgens een tabel, soms extra uitgaven voor kleding en beddengoed, niet vergoede kosten artsen en therapeuten (bij "alternatievelingen" alleen onder toezicht van of op verwijzing door een reguliere arts), de premie voor een natura-uitvaarverzekering en vaak een extra bedrag van € 795 (65-plussers, bij minimaal 45% arbeidsongeschikt en bij meer dan € 315 aan uitgaven voor hulpmiddelen e.d.: de cursieve posten). Dan zijn tot een bepaald inkomen sommige kosten voor 113% aftrekbaar.
- Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, zoals alimentatie.
- Verliezen op geldleningen aan beginnende ondernemers.
- Uitgaven voor levensonderhoud aan kinderen tot de 30 jaar, mits je geen kinderbijslag ontvangt en zij geen studiefinanciering ontvangen.
- Weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen.
- Uitgaven voor monumentenpanden boven een drempel.
- Giften boven 1% van het inkomen.
- Aftrek voor maatschappelijke beleggingen.
Deze aftrekposten worden eerst in box I in aanmerking genomen, vervolgens eventueel in box III en daarna in box II.
De bij de start van de onderneming aanwezige goederen kunnen tegen een reële waarde in de zaak gebracht worden en leveren dan een aftrekpost op: de afschrijving. Hierbij kun je denken aan goederen als boeken, computer, antwoordapparaat, massagetafel, muziekinstallatie, enzovoorts. Bijvoorbeeld: een 2 jaar oude massagetafel, nieuwwaarde € 1.350,- wordt bij de start in de onderneming gebracht voor € 1.000,-. Dan is er 5 jaar lang een aftrekpost van € 200,-, de waardevermindering van de tafel. Het is dus belangrijk om een lijst te maken van je inbreng van goederen bij de start van de onderneming.
7.3 Bonnen.
Keurige BTW bonnen zijn voor de Omzetbelasting heilig, maar voor de Inkomstenbelasting niet. Als je een keer een bon kwijt bent of niet hebt gekregen, kun je de uitgave gewoon in het kasboek noteren. Voor de inkomstenbelasting is het wel aftrekbaar. Je moet kosten aannemelijk maken, niet bewijzen. Als je het kasboek geregeld bijhoudt en je koopt iets voor je zaak op de rommelmarkt, dan is deze uitgave aannemelijk gemaakt en aftrekbaar.
7.4. Keuzevermogen.Voor de inkomstenbelasting bestaat het begrip 'keuzevermogen'. Als bijvoorbeeld een woning of een auto zowel privé als zakelijk wordt gebruikt, mag je binnen de grenzen van de redelijkheid kiezen of je het tot je privé-bezit rekent, of tot het ondernemersvermogen. Bij een pand is splitsing meer specifiek en vaak mogelijk: is er een aparte ingang, kan het apart worden verhuurd? In zo'n geval moet het zakelijk gedeelte tot het ondernemingsvermogen gerekend worden en het woongedeelte tot het privé-vermogen. Wordt een pand alleen als woning gebruikt, dan kan het toch als ondernemingsvermogen worden aangemerkt, als de bewoning mede dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefening (woning staat op bedrijfsterrein bijvoorbeeld). Bij een auto van de zaak is de vergoeding voor privé gebruik vastgesteld op 22% van de cataloguswaarde per jaar. Bij een oude auto kan dat percentage soms meer zijn dan de totale kosten van het autorijden. In dat geval is het slimmer om bij aanschaf de auto in privé te houden. Je kunt de kilometers declareren voor € 0,19 per zakelijk gereden kilometer. Een kilometeradministratie is dan wel nodig! Wordt de auto naar verwachting op jaarbasis voor minder dan 500 kilometer voor privé doeleinden gebruikt, dan moet de auto tot het ondernemings-vermogen worden gerekend. Voor de Omzetbelasting bestaat het begrip keuzevermogen niet, dus ook al besluit je een auto voor de inkomstenbelasting in privé te houden, de BTW kun je wel aftrekken. Vooral bij aanschaf kan dat een aanzienlijk bedrag zijn. Voor het privé-gebruik moet je dan voor de BTW 12% van 22% van de cataloguswaarde per jaar betalen. Als dit qua BTW niet goed uitkomt, dan mag je ook volstaan met het aftrekken van 75% van de BTW op brandstof en onderhoud. Deze regels gelden voor personenauto's en bestelwagens, niet voor motorfietsen en niet voor auto's die nagenoeg uitsluitend geschikt zijn voor beroepsvervoer.
7.5 Omzetbelasting. (BTW)
Voor de Omzetbelasting ben je ondernemer als je goederen of diensten levert; je neemt dan deel aan het economisch verkeer. Zo is bijna elke Stichting en zijn ook veel verenigingen BTW-plichtig.
Aangemerkt worden als ondernemer voor de BTW heeft zowel voordelen als nadelen. Voordelen: Je kunt de aan je in rekening gebrachte BTW terugvragen bij de Belastingdienst. Zeker in de startfase van de onderneming is dit vaak voordelig. Nadelen: Je bent onderworpen aan een flink aantal administratieve verplichtingen. Zo moet je een uitgebreide administratie bijhouden (facturen en dergelijke) en moet je regelmatig aangifte doen.
De Nederlandse Omzetbelasting kent een BTW normaal tarief van 19%, een verlaagd tarief van 6%, vrijstellingen en een 0% tarief.Het verlaagd tarief 6% :
- Voedingsmiddelen – eten en drinken zonder alcohol -, kruiden
- Agrarische producten
- Medicijnen en verbandmiddelen
- Kunst – inclusief uitvoerende kunstenaars en podiumkunstenaars
- Boeken, dagbladen, tijdschriften, weekbladen en andere tenminste drie keer per jaar verschijnende uitgaven – ook verhuur
- Bloemen en planten
- Gelegenheid geven tot sport en baden
- Herstellen van fietsen, schoenen, kleding
- Kappers, schilderen en stukadoren van woningen ouder dan 15 jaar
- Openbaar vervoer, taxi’s, vervoer voor trouwerijen, crematies, begrafenissen
- Kampeergelegenheid geven, verstrekken van logies van hotel, pension
- Diensten aan landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers
- Verlenen van toegang tot circus, kermis, musea, uitvoeringen, attractieparken, muziek- en toneeluitvoeringen, bioscopen, sportwedstrijdenGlobaal genomen zijn de volgende soorten goederen en diensten vrijgesteld van BTW:
- Onroerende zaken ouder dan twee jaar
- Verhuur, tenzij je kiest voor belaste verhuur(denk aan de voorwaarden!).
- Elke vorm van onderwijs dat opleidt voor een specifiek beroep of vak, een specifieke betrekking, of een bijzondere bekwaamheid om een beroep, vak of betrekking uit te oefenen. De vrijstelling geldt ook voor opleidingen die zijn gericht op het functioneren van personen in de (toekomstige) werkkring.
-Onderwijs in muziek, dans drama en beeldende vorming aan personen jonger dan 21 jaar.
- Diensten door sportverenigingen aan hun leden, mits er geen winst wordt beoogd.
- Sociaal-culturele diensten en producten, mits er geen winst wordt beoogd. Denk hierbij aan door de overheid erkende organisaties als jeugdwerk en jongerenwerk, verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen personen zoals internaten, ziekenhuizen, revalidatiecentra, etc.
- Financiële diensten, zoals verzekeringsmaatschappijen en banken.
- Goederen en diensten die onder de landbouwregeling vallen.
- Kinderopvang
- Kansspelen, postzegels, openbare omroep
- Thuiszorg
- Diensten in de medische sector; alleen erkende medici, geen alternatieve geneeskunde.
- Schrijvers, componisten en journalistenBij een vrijgestelde prestatie –het woord zegt het al– heb je ook geen recht op aftrek van voorbelasting.
Het nultarief –geen af te dragen BTW, maar wel recht op aftrek voorbelasting– is alleen van toepassing bij export. Als je goederen koopt buiten Nederland – maar binnen de Europese Gemeenschap – dan hoeft je leverancier je geen BTW in rekening te brengen, onder voorwaarde dat je hem je BTW-nummer verstrekt.
In de sectoren bouw, scheepsbouw en de confectie wordt de omzetbelasting in een aantal gevallen niet van de leverancier, maar van de afnemer geheven: de verlegging van de omzetbelastingschuld. De verleggingsregeling houdt in dat bij onderaanneming en uitlening van personeel de heffing van omzetbelasting wordt verlegd van degene die de prestatie verricht ( de onderaannemer of de uitlener) naar degene die de prestatie afneemt (de aannemer of de innemer). Bij onderaanneming is het dus verplicht de BTW verleggingsregeling toe te passen.
8. Administratie. de boekhouding
Een ondernemer moet een administratie bijhouden. Je bent dat wettelijk verplicht. Bovendien moet je de administratie zeven jaar bewaren. Het bijhouden van een administratie begint feitelijk al vóór het starten van je bedrijf. Want ook kosten die je nog voor de officiële start hebt gemaakt voor je bedrijf, mag je onder bepaalde voorwaarden aftrekken. Het bijhouden van een administratie is een aardige klus. Toch is het slim om een deel van de boekhouding zelf te doen. Het schrijven van facturen (debiteurenadministratie), het bijhouden van het kasboek en het betalen van loonbelasting en/of omzetbelasting worden vaak door de ondernemers zelf gedaan. Natuurlijk zijn er tal van boekhoudprogramma's die je daarbij kunnen helpen. Alle gegevens over je onderneming die je vastlegt, op papier of in elektronische vorm, behoren tot je administratie.
Voorbeelden hiervan zijn:- kasadministratie - ook kladaantekeningen - en kassabonnen
- financiële aantekeningen, zoals inkoop- en verkoopboek
- tussentijds gemaakte controleberekeningen
- ontvangen facturen en kopieën van verzonden facturen
- bank- en giroafschriften
- contracten, overeenkomsten en andere afspraken
- correspondentie
- software en databestanden
- agenda's en afsprakenboeken. Die zijn belangrijk in verband met het urencriterium. Om in aanmerking te komen voor gunstige fiscale aftrekposten moet je minimaal 1.225 uur per jaar aan je bedrijf werken. Dat moet je kunnen bewijzen aan de hand van bijvoorbeeld je agenda.
8.1 Zelf doen of uitbesteden?
Door de boekhoudwerkzaamheden zelf te doen, krijg je in het begin een goed beeld van je bedrijf. Je kunt zien of je inspanningen opwegen tegen de inkomsten. Voor complexere zaken -zoals het invullen van inkomstenbelastingformulieren- kun je een accountant of administratiekantoor inschakelen. Als je dat zelf doet, loop je het gevaar aftrekposten te missen. Omdat de Belastingdienst moet kunnen controleren hoeveel belasting je verschuldigd bent, ben je verplicht je administratie duidelijk en overzichtelijk in te richten. De administratie vormt de basis van je aangiften. Als je administratie niet volledig is, niet binnen een redelijke termijn te controleren is, of als je de administratie niet lang genoeg bewaart (voor de Belastingdienst vijf jaar), kan dat vervelende gevolgen hebben. De Belastingdienst zal dan zelf je omzet en winst vaststellen en de verschuldigde belasting berekenen. Als je het vervolgens niet eens bent met die berekening, moet je zelf bewijzen dat de berekening onjuist is.
9. Verzekeringen. een noodzakelijk kwaad
Voor de onderneming:
- Aansprakelijkheidsverzekeringen.
Medewerkers die bij klanten schade veroorzaken. Afgeleverde producten of diensten die lichamelijk letsel of materiële schade veroorzaken. Of werknemers die het slachtoffer worden van een ongeluk. Als ondernemer loopt je tal van risico's. De premie die je betaalt, is afhankelijk van de werkzaamheden van het bedrijf, de jaaromzet, aantal werknemers en dergelijke. Als je met gevaarlijke stoffen werkt, is het goed om te controleren of milieuschade ook door de aansprakelijkheidsverzekering wordt gedekt. In veel gevallen zul je daarvoor een aparte verzekering moeten afsluiten.
- Verzekeringen van het bedrijfsvermogen.
Een verzekering waar je moeilijk buiten kunt. Gebouwen, machines, inventaris, voorraden en transportmiddelen vallen onder het bedrijfsvermogen. Er bestaat natuurlijk altijd een kans dat dit bedrijfsvermogen wordt verwoest door brand of wordt gestolen. Bijkomend probleem is dat je door brand of diefstal stagnatie in de productie kunt oplopen. Ook dergelijke risico's kunnen worden afgedekt.
- Rechtsbijstandverzekering.
Bij juridische problemen met afnemers, leveranciers en personeel, dekt de verzekering bijvoorbeeld advocaatkosten, deurwaarderkosten en proceskosten. Het zijn over het algemeen vrij dure verzekeringen met veel uitsluitingen. Veel starters sluiten deze verzekering niet direct af.
- Kredietverzekering.
Als je goederen op rekening levert, loop je het risico dat je klant niet wil of kan betalen. Gevestigde bedrijven kunnen vaak wel een stootje hebben, maar veel starters hebben iedere euro hard nodig. Een kredietverzekering dekt je risico's af. Nadeel is wel dat je kredietverzekeringen voor langere periodes moet afsluiten en dat maakt die verzekeringen behoorlijk kostbaar. En dat is lastig voor startende bedrijven. Relatief nieuw is de mogelijkheid om per transactie te verzekeren. Dit is ideaal voor bedrijven die nog niet zo veel geld hebben. Meer hierover vind je op Trade4sure.nl.
- Goederentransportverzekering.
Deze verzekering dekt schade die ontstaat bij het vervoer van goederen, zowel door eigen vervoer als door beroepsgoederenvervoer.Voor de ondernemer:
10. Personeel . (Joodse vervloeking: ‘Ik wens je veel personeel’.)- Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Omdat er geen werknemerverzekeringen meer zijn voor ondernemers, verzekeren veel ondernemers zichzelf voor arbeidsongeschiktheid. Dit is overigens geen goedkope verzekering. In veel gevallen wordt de verzekering ook nog eens duurder als je ouder wordt. Veel verzekeringsmaatschappijen bieden voor starters gunstige voorwaarden aan, zodat zij de eerste jaren een relatief lage premie betalen. Zoals zo vaak heeft shoppen zin: er zijn nogal wat premieverschillen.Als je uit een werknemerssituatie zelfstandig wordt, dan kun je soms voordelig bij de UWV een vrijwillige verzekering afsluiten voor een uitkering bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid , het UWV heeft meer informatie over deze "vrijwillige verzekering binnenland" voor de Ziektewet, WIA, WAO en WW.
- Pensioenverzekering.
Op je 65e krijg je AOW, maar voor velen zal dat niet voldoende zijn. Er zijn tal van pensioenverzekeringen. De koopsompolis (vaak lijfrente genoemd) is een fiscaal gedreven product, maar het belastingvoordeel is soms niet zo groot als je voorgespiegeld wordt, Zelfs bij aftrek nu tegen een hoog tarief en straks belast tegen een lager tarief is het rendement vaak vergelijkbaar met zelf beleggen of sparen. Bij een lijfrente zijn de kosten van de verzekeraar vaak aanzienlijk; een hoog percentage in het eerste jaar van bijvoorbeeld 10%, als de jaarlijkse kosten. Bij het zelf beleggen in een aandelenfonds zijn deze kosten veel lager; bijvoorbeeld 0,5% aan- en verkoopprovisie en 1% per jaar beheerskosten. De lijfrentepremie is aftrekbaar bij een aantoonbaar pensioentekort. Als je vroeger niet de jaarruimte hebt gebruikt, kun je tot zeven jaar terug inhalen. Een lijfrente is in eerste instantie een bedrag ineens of in (maand) termijnen die je aan een verzekeringsmaatschappij geeft. Die verzekeringsmaatschappij trekt daar eenmalige kosten vanaf en belegt het geld dan voor je of in aandelen, of in obligaties of in een mix. Afhankelijk van die keuze is er sprake van een gegarandeerd kapitaal of niet. Je trekt je inleg af van de belasting en hebt daardoor een belastingvoordeel. Als je je 65e gehaald hebt (let ook op de voorwaarden bij tussentijds overlijden, soms is er sprake van een uitkering van 70%, soms van partnerpensioen en soms is al je geld weg) dan vertellen ze je hoeveel geld ze voor je in de pot hebben. Vervolgens kun je bij die verzekeringsmaatschappij (of bij een andere, vraag meerdere offertes aan!) afspreken hoe ze dat aan je uitbetalen. Bijvoorbeeld veel van de som tussen je 65e en je 70e omdat je dan nog fit hoopt te zijn en wilde plannen hebt over een wereldreis met je eigen zeilboot, vervolgens minder tot aan je dood als aanvulling op de AOW. Je kunt zo'n uitkering per maand of per kwartaal krijgen en de verzekeringsmaatschappij houdt daar belasting op in (als het niet erg veel is zo'n 20%, maar bij hogere bedragen kom je toch weer in de 42% of 52% schijf terecht).Uiteraard gaat het er bij personeel in dienst nemen in eerste instantie om, dat je het juiste personeelslid voor je bedrijf vindt en dat de opbrengsten groter zijn dan de kosten. Die kosten kunnen aanzienlijk zijn: een fulltime medewerker tegen het wettelijk minimumloon kost je per jaar ca. € 16.000 waarbij je dan bij ziekte van de werknemer het loon moet doorbetalen (maximum 2 jaar). Er zijn wel enige subsidiemogelijkheden, vooral bij het in dienst nemen van langdurig werklozen of WAO-ers, maar je betaalt zelf het leeuwendeel en loopt zelf het risico.
Als je toch personeel nodig hebt, volgen hier enkele aandachtspunten: Je zult kandidaten moeten werven om vervolgens in een gesprek te bepalen of hij/zij de juiste persoon voor je bedrijf is. Voordat je het sollicitatiegesprek ingaat, kun je zelf al veel doen om de eerste selectie door te voeren. Door het opstellen van een goed profiel dat je in je vacature plaatst, kun je voorkomen dat je kostbare tijd moet besteden aan kandidaten die ongeschikt zijn. Neem bij het sollicitatiegesprek voldoende tijd om de motivatie en instelling van de kandidaat te toetsen. Je moet namelijk zelf met de kandidaat werken. Je moet je als werkgever melden bij de belastingdienst, een uitvoeringsinstelling en eventueel een Arbo-dienst. Het is verstandig een schriftelijk arbeidscontract af te sluiten.
Je moet van een werknemer een kopie van een legitimatiebewijs bewaren. Het kan eventueel verstandig zijn je bij een particuliere verzekeringsmaatschappij te verzekeren voor het doorbetalen bij ziekte van de werknemer, een zogenaamde verzuimverzekering. Door de flexwet zijn er regels gesteld aan oproepkrachten, nulurencontracten en het gebruik maken van steeds weer tijdelijke contracten. Als je niet uitkijkt heb je zo iemand in vaste dienst!
Je hebt als werkgever de plicht het wettelijk minimum loon (soms ook het CAO minimumloon, bijvoorbeeld in de Horeca) en vakantiegeld uit te betalen; een salarisstrookje moet ook uitgereikt worden en je moet een salarisadministratie voeren. Gezien deze punten besteden veel werkgevers de salarisadministratie uit.
Vanaf 1 april 2002 is de Wet Verbetering Poortwachter van kracht: als een werknemer langer dan zes weken ziek is, moet er een plan van aanpak gemaakt worden, na acht maanden moet er een reïntegratieverslag komen en dat alles onder de dreiging van twee jaar loon doorbetalen. De Arbo-dienst zal hierbij in het algemeen helpen, dus op de eerste ziektedag: melden aan je Arbo-dienst en eventueel aan je verzuimverzekering.
10.1 VerzuimverzekeringHet kan verstandig zijn je bij een verzekeringsmaatschappij te verzekeren voor het doorbetalen bij ziekte van de werknemer, een zogenaamde verzuimverzekering. Een hogere vergoeding dan de verplichte 70% is mogelijk, als je bijvoorbeeld vanwege een CAO of een arbeidsovereenkomst een hoger percentage van het loon moet blijven doorbetalen. In veel collectieve arbeidsovereenkomsten is een doorbetaling afgesproken van 100% van het salaris in het eerste jaar. Ook kun je de werkgeverslasten meeverzekeren tot maximaal 20% boven de verzekerde loonsom.
De premie van een verzuimverzekering wordt bepaald aan de hand van onder andere het ziekteverzuim in je bedrijf in de afgelopen 3 jaar en het aantal personeelsleden. De premie wordt uitgedrukt in een percentage ven het verzekerd bedrag (ofwel het bruto jaarloon). De verzekeringsmaatschappij kijkt elk jaar naar de hoogte van het verzuim en past de premie daarop aan. Als werkgever heb je verschillende mogelijkheden om de premie te verlagen, zoals een hoger eigen risico. Je kunt ook een lager percentage van de loonsom verzekeren.10.1.1 Preventie.
Voorkomen is beter dan genezen. Ziekteverzuim is nooit helemaal te voorkomen, maar met een goed verzuimbeleid kom je een heel eind. Aandacht is het sleutelwoord bij het terugdringen van ziekteverzuim. Besteedt daarom aandacht aan de gezondheid en motivatie van je werknemer. Een goed gemotiveerde werknemer (beter: een niet door de baas c.q. het werk gedemotiveerde werknemer)zal zich niet snel ziek melden en keert sneller terug na ziekte. Onderhoudt daarom contact met de zieke werknemer. Vraag wat hij/zij ondanks zijn ziekte nog wel kan doen en biedt eventueel aangepast werk aan. Laat je personeel weten dat je hun gezondheid belangrijk vindt.
Aandacht helpt ook bij het terugdringen van zogeheten ‘grijs’en ‘zwart’ verzuim; daarbij is eigenlijk geen sprake van daadwerkelijke ziekte. Deze verzuimers vinden de aandacht juist niet prettig en zullen daardoor sneller terugkeren op de werkvloer. En zich minder snel ziek melden.10.1.2 Kostenpost?
Allereerst moet je beseffen dat het hebben van personeel kosten met zich meebrengt. Hoeveel personeel heb je nodig? Moeten dat fulltimers of parttimers zijn? En wat moet het opleidingsniveau zijn van je personeel? Daarna moet je bekijken of je deze kosten kunt dragen. Misschien is het eerst beter om gebruik te maken van familie, kennissen, stagiaires, trainees, oproepkrachten, seizoenshulpen, vakantiewerkers, thuiswerkers, uitzendkrachten of uitbesteding.
Het kan voor een startende ondernemer aantrekkelijk zijn om een vakantiekracht aan te nemen. Het gaat dan in de regel om scholieren die door hun leeftijd voor weinig geld bij je kan gaan werken. Houdt dan rekening met het volgende:
10.1.3 Personeelsadministratie / loonadministratie.- Soort contract. Je kunt een vakantiekracht een contract voor bepaalde tijd aanbieden of inhuren via het arbeidsbureau. Een tussenoplossing is de zogenaamde payrollservice. Je brengt zelf een kandidaat aan bij het uitzendbureau of payroll-organisatie en betaalt dan geen werving en selectiekosten. Vervolgens regelt het uitzendbureau alle administratieve rompslomp. Houd er rekening mee dat een vakantiekracht jonger dan 16 jaar toestemming moet hebben van zijn ouders bij het tekenen van een contract.
- Loon. Vanaf 15 jaar hebben vakantiekrachten recht op wettelijk minimum (jeugd)loon en recht op 8% vakantietoeslag die je maandelijks, of in één keer aan het einde van het vakantiewerk uitbetaald. Op het salaris moet je loonbelasting en premies werknemersverzekeringen inhouden. Voor de loonbelasting gelden speciale regels. Het wettelijk minimumloon bedraagt € 1300 bruto per maand voor 23 jaar en ouder. Netto is dit ongeveer € 1050 en bij een kostwinner komt hier dan nog de heffingskorting voor de niet verdienende partner bij van ca. € 180 per maand. Het minimum Jeugdloon is een percentage van het wettelijk minimumloon afhankelijk van de leeftijd, oplopende van 30% bij 15 jaar tot 85% bij 22 jaar.
- Werktijden. Kinderen van 13 en 14 jaar mogen maximaal 5 dagen per week en maximaal 7 uur per dag werken (niet op zondag). Kinderen van 15 jaar mogen maximaal 5 dagen in de week 8 uur per dag werken. Op zondag mag er alleen gewerkt worden als er 4 vrije zondagen per 13 weken worden ingeroosterd. Wordt er op zondag gewerkt, dan moet de zaterdag daaraan voorafgaand altijd vrij zijn. Voor 16 en 17 jarigen gelden dezelfde egels als voor volwassenen. Zij mogen echter niet ’s nachts werken, niet overwerken, geen oproepdiensten draaien en hebben recht op langere rustperiodes.
- Soort werk. Voor de veiligheid zijn er bepaalde eisen die worden gesteld voor het bewerken met vakantiekrachten. Deze eisen worden gesteld in de Arbo-wet. Kinderen van 13, 14 en 15 jaar mogen alleen niet-industriële arbeid van licht aard verrichten. Jongeren van 16 en 17 jaar mogen in principe alle soorten werk doen mits dat werk niet gevaarlijk of schadelijk is voor de gezondheid. Daarnaast ben je verplicht om in de risico—inventarisatie en –evaluatie extra aandacht te schenken aan jeugdige werknemers.
- Verzekering. Omdat je ook premies voor een aantal sociale verzekeringen moet inhouden, is de vakantiekracht voor deze sociale wetten verzekerd. Je moet bij ziekte dus 70% van het afgesproken salaris doorbetalen.
Je bent verplicht een kopie van de legitimatie van elk personeelslid (geen rijbewijs) op te nemen. . Een werknemer moet aangeven of hij/zij wil dat er rekening gehouden wordt met de heffingskorting en er moet een eerstedagsmelding gedaan worden. Dus voordat een personeelslid mag werken, melden bij de Belastingdienst! Je moet individuele loonstaten bijhouden (en vijf jaar bewaren) en jaarlijks de jaaropgaven inleveren. De arbeidsinspectie controleert periodiek de loonadministratie van werkgevers. Ze beoordeelt of de werkgever zich houdt aan alle wettelijke regels rond loon, vakantietoeslag en andere arbeidsvoorwaarden.
10.1.4 Arbeidsovereenkomst.
Een arbeidsovereenkomst kan zowel mondeling als schriftelijk worden aangegaan. De meest essentiële zaken moeten eigenlijk wel op papier komen te staan:
- Naam en woonplaats van beide partijen
- Functie en aard van de werkzaamheden
- Tijdstip van indiensttreding
- Duur van de arbeidsovereenkomst (bepaalde of onbepaalde tijd)
- Loon (zelf te bepalen, denk aan minimumloon en vakantietoeslag)
- Aanspraak op vakantie (bij voltijds dienstverband minimaal 20 dagen)
- Werktijden (werkdag maximaal 9 uur, werkweek maximaal 45 uur, niet werken op zondag)
- Opzegtermijn.
- Al of niet rekening houden met de algemene heffingskorting
Denk ook aan de volgende zaken:
- Proeftijd (altijd schriftelijk vastleggen)
- Concurrentiebeding (na beëindiging werkrelatie niet in dezelfde branche werken)Je bent als werkgever niet verplicht een pensioenregeling voor werknemers te treffen. Vaak maakt een pensioenregeling echter wel deel uit van de arbeidsovereenkomst of de CAO.
Binnenkort wordt de arbeidstijdenwet versoepeld en kun je zelf afspraken maken met je personeel. In de nieuwe arbeidstijdenwet mag maximaal 12 uur per dag en 60 uur in de week worden gewerkt. Je werknemer mag dan in een periode van 13 weken niet langer dan gemiddeld 48 uur per week werken. Voor overwerk zijn er dan geen aparte regels meer. Je kunt met de nieuwe arbeidstijdenwet je werknemer ook permanent nachtdiensten laten draaien, mits hij daar zelf geen bezwaar tegen heeft. Een nachtdienst mag niet langer duren dan 10 uur. Je kunt je werknemer niet verplichten om ’s nachts of op zondag te werken. Onduidelijk is op dit moment nog wanneer de nieuwe arbeidstijdenwet in zal gaan.
10.1.5 Flexibele arbeidsovereenkomsten.Uitzendovereenkomst: je betaalt bemiddelingskosten aan het uitzendbureau, dat verder geheel zorg draagt voor loonheffing en afdracht van premies voor werknemersverzekeringen.
Oproep- of nul-urenovereenkomst: je roept de medewerker op als je hem nodig hebt. Er zijn overeenkomsten met en zonder opkomstverplichting.
Overeenkomst van opdracht: je spreekt af hoeveel tijd iemand voor je gaat werken en betaald die persoon per tijdseenheid.
Overeenkomst tot aanneming van werk: iemand verplicht zich om voor een bepaald resultaat te leveren waarbij je betaalt voor het eindresultaat en niet per tijdseenheid.
Freelance-overeenkomst: het gaat hierbij meestal om een overeenkomst van opdracht. Er is geen loonheffing en er worden geen sociale premies afgedragen, ook is er geen ontslagrecht.
Stageovereenkomst: hierin moet het nut voor de stagiair hoger zijn dan het economische voordeel voor de werkgever. Er wordt geen loon betaald, maar stagevergoeding.
Vakantie-overeenkomst: een vakantiewerker moet minimaal 13 jaar zijn. Deze overeenkomst moet voldoen aan de eisen van een arbeidsovereenkomst.
Je zou kunnen overwegen om buitenlandse werknemers in dienst te nemen. Een buitenlandse werknemer moet een verblijfsvergunning hebben. En je moet een tewerkstellingsvergunning aanvragen voor buitenlandse werknemers.10.1.6 Verzuim
Zeker voor kleine ondernemers is het verstandig om je werknemers te verzekeren tegen verzuim. De verzuimverzekering keert onder andere uit bij zwangerschaps- en bevallingsverlof en bij ziekte. Er zijn wel enkele verplichtingen voor werkgevers en werknemers. Door de Wet Poortwachter is de werkgever verplicht gesteld om de terugkeer van de werknemer die in de Ziektewet is gekomen zo snel mogelijk te laten verlopen. Hierbij kan de werkgever een reïntegratiebureau inschakelen. Om het ziekteverloop van de werknemer goed te kunnen volgen kan de werkgever hiertoe voorschriften opstellen. Zo kan de werkgever bedingen dat de werknemer zich ziek meldt, laat controleren of bezoeken door een Arbo-arts, en controle en onderzoek door de Arbo-dienst toestaat.
Voldoet de werknemer niet aan deze voorschriften dan kan dit gevolgen hebben voor de loondoorbetalingverplichting van de werkgever. Inschakeling van de Arbo-dienst is verplicht.10.1.7 Doorbetalingsverplichting.
Dit houdt in dat de werkgever verplicht is om gedurende maximaal twee jaar tenminste 70% van het laatste loon van de zieke door te betalen. Het doel van deze verplichting is het terugdringen van het ziekteverzuim om zo weinig mogelijk mensen door te laten stromen in de WAO. Als je werknemer meer dan 13 weken ziek is, ben je verplicht dit te melden bij het UWV.
10.1.8 Arbo-wet.
Volgens de ArbeidsOmstandigheden wet moeten medewerkers veilig kunnen werken, zonder gezondheidsschade op te lopen. Ondernemers moeten hiervoor:
- Een risico-inventarisatie en –evaluatie (ri&e) opstellen (tot 10 personen niet verplicht, 11 t/m 25 Personen schriftelijk laten toetsen, met meer werknemers volgt bedrijfsonderzoek)
- Ernstige ongevallen op de werkplek melden bij de Arbeidsinspectie
- Schriftelijke afspraken maken met werknemers over de gang van zaken bij verzuim
- De bedrijfshulpverlening regelen
- Een preventiemedewerker aanstellen
- De medezeggenschap regelen10.1.9 Contractbeëindiging.
Er zijn diverse manieren om een arbeidscontract te beëindigen:
- Door wederzijds goedvinden: beide partijen gaan akkoord, zorg wel voor schriftelijke vastlegging
- Beëindiging in de proeftijd: dit mag altijd, de proeftijd moet zijn overeengekomen in de arbeidsovereenkomst
- Door het verstrijken van tijd waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan
- Ontslag door opzegging: mag alleen met een ontslagvergunning van de directeur van het Regionaal Bestuur voor Arbeidsvoorziening (RBA)
- Ontslag op staande voet: hiervoor moeten wel dringende redenen zijn
- Beëindiging door de kantonrechter wegens gewichtige redenen
Tenslotte nog een overweging over personeel, verwacht van een personeelslid niet dezelfde inzet als die je zelf hebt. Een personeelslid heeft zijn eigen belangen (niet al te moe op tijd thuiskomen bijvoorbeeld en meer loon) en deze kunnen soms botsen met jouw belangen als werkgever. Denk ook aan de betrouwbaarheid, vooral als personeel omgaat met contant geld is een goed controle systeem erg verstandig. In de horeca waar veel contant geld omgaat en controle soms erg moeilijk is, wordt er veel door personeel gestolen. Ook van winkels is bekend dat personeel vaak meer steelt dan klanten. De manier waarop een ‘baas’ omgaat met zijn of haar personeel speelt hierbij ook zeker een rol. Een patser met een dikke, roomwitte BMW die alleen scheld en het geld ophaalt zal eerder bestolen worden dan een hard meewerkende baas die menselijk met zijn personeel omgaat. Laat in ieder geval je vertrouwen in de mensheid niet bederven door een klein aantal mensen die jatten of de kantjes eraf lopen. Verder geldt dat vertrouwen goed en prettig is, maar dat een werkbaar en redelijk betrouwbaar controlesysteem ook noodzakelijk is.11. Subsidies.
Voor beginnende en gevestigde ondernemers bestaan er tal van subsidie- en stimuleringsregelingen, maar stel je er niet teveel van voor; het speelt vooral bij grote investeringen en het creëren van arbeidsplaatsen.
Enkele regelingen:
- Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN) heeft subsidies voor investeringen (IPR en KITS), personeel (LPR en NIOF) en inhuren van externe deskundigen (HRM en NIOF). Zie de subsidiescan op www.snnonline.nl en www.subsidieshop.nl
- De Gemeente Groningen heet ook een subsidie-adviesloket: 050-3164271
- Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM) heeft subsidies voor investeringen (BSRI), innovatiesubsidie voor samenwerkingsprojecten (IS) en de fiscale tegemoetkoming bij speur- en ontwikkelingswerk (S&O)
- Voor innovatie in plattelandsonderneming in bepaalde regio’s is er een regeling (STIPO)
- Voor export heeft de Kamer van Koophandel een aantal subsidieregelingen
- Er zijn subsidiemogelijkheden bij in dienst nemen van ouderen, werkzoekenden en arbeidsgehandicapten (www.agentschapSZW.nl)
De meeste ondernemers hebben eigenlijk alleen te maken met de fiscale subsidies, zoals investeringsaftrek.
12. Werken en bijstand.
Werken in je eigen bedrijf met behoud van uitkering is een mogelijkheid. De opbouw van een alternatieve praktijk gaat al gauw zo’n vijf tot zeven jaar duren, voordat je volledig in je eigen inkomsten kunt voorzien.
Bij de Sociale Dienst Groningen is het betrekkelijk eenvoudig om een eigen onderneming op te zetten met behoud van uitkering (mits je geen schulden hebt): de Bescheiden Schaal Regeling. Je krijgt eerst een voorbereidingsperiode, waarin je soms al investeringen moet doen. Bijvoorbeeld voor een marktonderzoek, voor het laten maken van een prototype, of voor het maken van een marketingplan. Voor deze uitgaven kun je met een ondersteuningsrapport van je begeleider een voorbereidingskrediet aanvragen van maximaal € 2.513,-.
Voorwaarden voor toepassing van de ‘Bescheiden Schaal Regeling’ zijn:
- je bedrijfsmatige of beroepsmatige werkzaamheden nemen gemiddeld minder dan 23,5 uur per week of maximaal 1225 uur per jaar in beslag
- je stopt direct met deze werkzaamheden als je passend werk in loondienst of noodzakelijke scholing krijgt aangeboden
- je blijft volledig beschikbaar voor het werken in loondienst
- je doet niet aan concurrentievervalsing. Je mag bijvoorbeeld niet je diensten onder de marktprijs aanbieden
- je inkomsten uit deze werkzaamheden (de belastbare winst) zijn maximaal € 6.447,- bruto per jaar
- je hebt een beschikking ontvangen over toekenning van de Bescheiden Schaal Regeling
- je houdt een goede administratie bij van het aantal gewerkte uren, uitgebrachte offertes, ontvangen opdrachten, verzonden facturen, rekeningen van gemaakte beroepskosten, de bankrekening, kasboek, jaarcijfers, de BTW-boekhouding
- je moet werkloos zijn of dit binnenkort worden. Neem je zelf ontslag om een eigen bedrijf te starten, dan heb je geen recht op startkapitaal of uitkering.
De sociale dienst maakt met jou een schatting van het inkomen uit je parttime werkzaamheden.
Dat geschatte inkomen wordt maandelijks met je uitkering verrekend.
De uiteindelijke afrekening gebeurt aan het eind van het jaar aan de hand van je jaarrekening.12.1 Bijstand aan zelfstandigen
Als je als zelfstandige voldoet aan de wettelijke eisen voor de uitoefening van je bedrijf of beroep, aan het urencriterium en als je bedrijf levensvatbaar is, kun je als beginnende ondernemer in aanmerking komen voor bijstand voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal, voor maximaal 3 jaar.
De uitkering wordt verleend als geldlening.
Je moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Je hebt niet voldoende inkomsten of vermogen om in je onderhoud te voorzien. Daarbij tellen de inkomsten van de partner mee.
- Je kunt niet bij een bank terecht voor een lening.
- Je hebt een gedegen ondernemingsplan
- Je bedrijf moet levensvatbaar zijn
- Concurrentievervalsing is uitgesloten
Een levensvatbaar bedrijf wil zeggen: het bedrijf levert naar verwachting voldoende op voor de ondernemer om in de kosten van het bestaan te voorzien. De uitkering wordt eerst voor 6 maanden toegekend, daarna kan hij nog 2 keer voor een jaar worden verlengd, als je bedrijf nog steeds kans van slagen heeft, maar nog te weinig oplevert om van te bestaan. Je moet voor iedere periode een nieuwe aanvraag indienen.
Het startkapitaal is maximaal € 30.668,- per bedrijf. Dit bedrag is bedoeld voor aanloopkosten zoals aanschaf van inventaris, machines, voorraad, een vervoermiddel, verbouwingskosten en waarborgsommen.
Je moet de lening binnen 10 jaar aflossen, met rente. Je kunt ook in aanmerking komen voor een eenmalige uitkering in de vorm van bedrijfskapitaal. De bijstand wordt verleend in de vorm van een borgtocht of een geldlening tot ten hoogste € 166.576,-.12.2 Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ)
Naast de starterfaciliteiten kent het BBZ nog enkele regelingen voor bestaande ondernemers:
- Bij bedrijfsbeëindiging i.v.m. het niet langer levensvatbaar zijn van het bedrijf kun je soms in aanmerking komen voor een tijdelijke uitkering tijdens de liquidatiefase tot bijstandsniveau.
- Bij tijdelijke financiële problemen van zelfstandigen kan via de BBZ soms een aanvullende uitkering verkregen worden en soms een lening (tot maximaal ca. € 15.000).
- Zelfstandigen met duurzaam een laag inkomen kunnen soms in aanmerking komen voor een tijdelijke uitkering en/of een kapitaalinjectie van € 7.250 maximaal, dit bedrag hoeft in het algemeen niet terugbetaald te worden.
12.3 Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK)
De WWIK geldt voor uitvoerende kunstenaars (acteurs, dansers, musici, architecten, illustrators, grafisch ontwerpers) en scheppende kunstenaars zoals schilders, beeldhouwers en fotografen. Doel van de wet is dat de kunstenaar in de toekomst in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Voorwaarden voor de uitkering zijn:
- je kunt niet zelf in de kosten van het bestaan voorzien. Het vermogen van de partner wordt meegeteld.
- Er wordt gekeken of je als kunstenaar werkzaam bent of wilt zijn. Ben je net afgestudeerd, dan moet je binnen 12 maanden aangemeld zijn. Ben je al langer afgestudeerd, dan moet je minimaal een bruto-omzet hebben van € 1.200,- per jaar en wordt er ook gekeken naar wat je hebt gedaan om inkomen als kunstenaar te verwerven (geleverde producties, de daaraan bestede tijd, prestaties, optredens of exposities).
De WWIK is een bruto maanduitkering, die netto uitkomt op ongeveer 70% van de bijstandsnorm (incl. vakantietoeslag).
Je hebt de ruimte om tot 125% van een volledige uitkering bij te verdienen, zonder dat je gekort wordt. Als kunstenaar mag je € 3.408,- als beroepskosten aftrekken. Zijn de werkelijke beroepskosten hoger, dan mag je dat uiteraard ook aftrekken. Om te bepalen of je voor een WWIK-uitkering in aanmerking blijft komen, wordt na iedere 12 maanden aan de hand van een steeds hoger wordende eis de inkomensontwikkeling getoetst. Dat wordt gedaan in de maand waarin de 13e, 15e en 37ste uitkeringsmaand wordt bereikt.
Je moet een inkomen hebben behaald van minimaal:
- € 2.800,- na 12 maanden (1e trede)
- € 4.400,- na 24 maanden (2e trede)
- € 6.000,- na 36 maanden (3e trede)
Als hieraan niet wordt voldaan, wordt de uitkering gestopt. Dan kun je 6 maanden geen beroep meer doen op de WWIK. Je kunt echter wel één keer ontheffing krijgen in bepaalde gevallen. De WWIK kent geen sollicitatieplicht en duurt maximaal 4 jaar. Het recht op uitkering blijft 10 jaar bestaan, dus hoeft niet in 4 aaneengesloten jaren te worden ontvangen. Je kunt er dus tijdelijk ‘uit’ stappen als je voldoende inkomsten hebt.12.4 Werken en een uitkering
Als je doel is onafhankelijk te worden van een uitkering (wie wil dat niet) en je denkt dat een eigen bedrijf de oplossing is (wie droomt er niet), dan kun je gelijk hebben, maar het risico is reëel dat er sprake is van een valse start! Als je echter ergens goed in bent of ergens een "gat in de markt" ziet en je denkt daar geld mee te kunnen verdienen als eigen baas, dan ben je wat mij betreft op weg. Het is dan zaak jezelf en je globale idee te onderzoeken, dus kijken naar concurrentie, kijken wat je dienst of product waard is en wat men er voor wil betalen en eens wat te rekenen. Als je voor € 10 per uur GSM-tjes gaat programmeren, dan is even rekenen genoeg om je er van te overtuigen dat je nooit boven bijstandsniveau zult uitkomen, behalve als je 100 uur per week gaat werken. Als je na dat eerste globale onderzoek nog steeds verder wilt dan is het zaak een rechtsvorm of structuur te kiezen die pas bij jou, jouw idee en jouw inkomens- c.q. uitkeringssituatie. Er is altijd een oplossing voor jouw situatie die recht doet aan de Fiscus, aan de uitkeringsituatie en aan jou!
Enkele overwegingen/mogelijkheden bij een WW-uitkering:
1) WW is een tijdvervangende uitkering, als je toestemming krijgt om een onderneming te starten en je geeft op daar 4 uur per week mee bezig te zijn, dan wordt je voor 4 uur gekort (en verlies je je werknemersrechten voor die 4 uur) op je uitkering, of je nu heel veel winst maakt in die 4 uur of er nog geld bij moet leggen. Die opgave van gewerkte uren is natuurlijk door het UWV moeilijk te controleren, maar het moet uiteraard wel een beetje reëel zijn: als je in een maand € 4.000 omzet en € 3.000 winst maakt als GSM-programmeur en je verteld aan de UWV dat je dat in 4 uur per week doet, dan is dat uitermate ongeloofwaardig. Dan pleeg je naar alle waarschijnlijkheid uitkeringsfraude en dan is dat ook nog eens eenvoudig te bewijzen door een sociale rechercheur.
2) Als je binnen een bepaalde termijn stopt met je onderneming, dan kunnen verloren gegane werknemersrechten herleven, je moet dan wel echt helemaal stoppen.
3) Soms is payrollen een alternatief. Als je een mooie freelance opdracht krijgt, dan is soms tijdelijk uit de uitkering een mogelijkheid, soms is in loondienst gaan een mogelijkheid en soms is payrollen een goed alternatief. In het kort gezegd zeg je dan tegen een uitzendbureau of payroll-organisatie: stuur dat bedrijf een factuur van € 1.000 excl. BTW. Je declareert dan bij de payroll-organisatie je kosten (zoals reiskosten), de payroll-organisatie wil zelf een bedrag hebben voor de moeite (5% bijvoorbeeld) en de rest is bruto-bruto loon, daar houden ze volgens een keurig loonstrookje loonbelasting op in, de werknemersverzekeringen en wat er dan overblijft keren ze netto aan jou uit. Dus factuur € 1.000, onkosten van jou € 100, kosten van hun € 50, bruto-bruto is dat € 850, bruto zeg € 800 en netto zeg € 550. Jij krijgt dan uitbetaald € 650 (onkosten € 100 en netto € 550) en uiteraard geef je e.e.a. door aan je uitkerende instantie en dan word je gekort.
4) Via een individuele reïntegratieovereenkomst (IRO) kun je soms opleidingskosten voor een onderneming vergoed krijgen en/of begeleidingskosten in de aanloopfase. Dit hangt af van o.a. in welke fase je zit, wat de opleidingskosten zijn, wat je kansen zijn met en zonder opleiding, dus overleg e.e.a. met je reïntegratieconsulent of de uitkerende instantie.
5) In uitzonderlijke gevallen zou je ook in dienst kunnen gaan bij een werkgever op basis van een proefplaatsing, waarbij de werkgever vervolgens jouw opleiding betaald na die 3 maanden proefplaatsing. Deze werkgever zou natuurlijk ook een (zelf opgerichte) Stichting kunnen zijn…
6) Als jouw gouden ondernemersidee en investeringen vraagt en een fulltime inzet, maar niet gelijk genoeg omzet en winst om van te kunnen leven (bijvoorbeeld een winkel beginnen), dan is dat bijna onmogelijk binnen de WW, dan zou je kunnen overwegen om over te stappen naar de bijstand. Binnen het Besluit Bijstand Zelfstandigen (BBz) zijn er mogelijkheden om met een goedgekeurd ondernemingsplan èn een lening te krijgen (maximaal € 30.417) èn voor een periode van maximaal 3 jaar wordt je inkomen aangevuld tot bijstandsniveau. Natuurlijk kan dit alleen als je geen vermogen (eigen huis met overwaarde) of verdienende partner hebt.
7) Je kunt in een oriëntatiefase van maximaal 6 maanden vrijstelling krijgen van sollicitatieplicht om te onderzoeken of een eigen onderneming iets voor je is. In die oriëntatiefase mag je opdrachten verwerven en geld verdienen!Enkele overwegingen/mogelijkheden bij de WAO-, Wajong- en WAZ-uitkering:
1) Het Breed platform Verzekerden & Werk (WWW.BPV.NL) heeft een goede en leesbare folder met een overzicht van de regelingen voor mensen met een arbeidshandicap.
2) Bij de WAO zal je bedrijfswinst worden vergeleken met je maatmanloon, als je bijvoorbeeld 80% tot 100% arbeidsongeschikt en je winst is meer dan 20% van je oude brutoloon, dan kom je in een lagere arbeidsongeschiktheidscategorie en moet je dus een deel van uitkering terugbetalen.
3) Met een WAO-, Wajong- en WAZ-uitkering kom je soms in aanmerking voor een starterskrediet van maximaal € 30.417.
Verdere overwegingen/aandachtspunten:
1) Het UWV ziet een freelancer (fiscaal iemand met "Resultaat uit Overige Werkzaamheden") ook al gauw als ondernemer. Let dus op hoe je je presenteert aan het UWV en maak duidelijke afspraken vooraf over je status met je casemanager. Een freelancer kan inderdaad een ondernemer zijn (een ZZP), maar ook iemand met incidentele bijverdiensten vergelijkbaar met iemand die zo nu en dan via een uitzendbureau werkt. Het zoeken naar dergelijke opdrachten telt dan gewoon als sollicitatieactiviteit voor het UWV en je geeft de gewerkte uren op via je maandbriefje en je wordt gekort voor die gewerkte uren, maar je verliest je werknemersrechten niet.
2) Soms is een startersonderzoek een verstandig onderdeel van het traject naar zelfstandig ondernemerschap.
3) Als je met een zaak wilt beginnen waarbij inschrijven bij de Kamer van Koophandel verplicht is (zoals een winkel, een horecazaak, een groothandel, een werkplaats) dan kun je gebruik maken van de 6 maanden oriëntatiefase en daarna wellicht parttime beginnen, maar dat raak je in ieder geval een gedeelte van je WW-uitkering kwijt. Als dat te riskant is, dan zul je naar de Gemeente toe moeten voor de mogelijkheden binnen de Bijstand, dus het Bijstand Besluit Zelfstandigen, met ook de mogelijkheden van een financiering bij aanvang.
4) Als je met een vrij beroep wilt beginnen (zoals adviseurs, therapeuten, trainers, interimmers, boekhouders, docenten) dan zou je kunnen overwegen om in overleg met je casemanager eerst een periode e.e.a. te beschouwen als bijverdienste en daarna wellicht gebruik te maken van de oriëntatiefase om tenslotte bij voldoende zekerheid over de omzet en de winst over te gaan op ondernemerschap (wat fiscaal vooral interessant is als je voldoet aan het urencriterium van 1225 uur per jaar voor de zelfstandigenaftrek). Als jouw casemanager geen zekerheid kan geven over je uitkering bij freelance bijverdienste, dan kun je zelfs nog overwegen om je opdrachten te laten verlonen via WWW.PAYROLL.NL of uitzendbureau (dan houd je er netto wel wat minder aan over maar je bouwt zelfs wat aan nieuwe werknemersrechten op i.p.v. dat je het risico loopt een gedeelte van je uitkering te verliezen).13. Werkruimte aan huis.
Per 1 januari 2005 is de fiscale behandeling gewijzigd van de werkruimte in de eigen woning in de inkomsten-, de loon-, en vennootschapsbelasting. Een ruimte wordt fiscaal pas als wekruimte behandeld als deze een zelfstandig gedeelte van de woning vormt en intensief wordt gebruikt voor de verwerving van inkomen. De werkruimte moet een zodanige zelfstandigheid bezitten dat de ruimte duidelijk te onderscheiden is door uiterlijke kenmerken. Daarbij kan gedacht worden aan een eigen opgang of ingang, maar daarnaast kunnen ook de voorzieningen in de werkruimte van belang zijn ter bepaling van de zelfstandigheid. In dat verband kan bijvoorbeeld gedacht worden aan eigen sanitair. Een substantieel deel van het inkomen moet in de zelfstandige ruimte worden verdiend. Als men over een werkruimte elders beschikt moet tenminste 70% van het inkomen in de ruimte thuis worden verdiend. Als men niet elders de beschikking heeft over een werkruimte, moet tenminste 30% van het inkomen in de ruimte thuis worden verdiend. Maximaal aftrekbaar is 4% van de waarde over de werkruimte. Bij huurwoningen: een deel van de huur plus een evenredig deel van de kosten die in huurwoningen door een huurder zouden worden betaald. Een onzelfstandige werkruimte (slaapkamer, zolder) en een zelfstandige werkruimte waarin onvoldoende wordt gewerkt, blijven onderdeel van de eigen woning en daarmee van de regeling van het eigen woning forfait.
14. Zwart werken.
Nog afgezien van juridische en morele argumenten (het is verboden, iedereen maakt gebruik van de voorzieningen van Nederland en dus moet iedereen er ook aan meebetalen naar draagkracht, etc.) is zwart werken ook om andere redenen vaak niet slim. Een onderneming die helemaal zwart werkt kan géén (of erg weinig) reclame maken. Als masseur bijvoorbeeld moet het dan verplicht een soort hobby blijven. Je kunt niet echt met je kwaliteiten naar buiten treden en daar een redelijke prijs voor vragen. Verder loop je een groot risico (denk niet alleen aan een belastingnaheffing met boete en rente, maar ook aan steunfraude) en dat kan weer betekenen dat je er slecht van slaapt... Het heeft vaak ook negatieve psychologische gevolgen.
Voor een winkel of horecabedrijf gaat verder op dat (deels) zwarte omzet betekent dat je chantabel bent en dat je het personeel niet echt kunt controleren. Een controle-instrument zoals voorraadlijsten en/of de kassa kan de belastingdienst ook gebruiken voor omzetcontrole. In dit laatste geval kan je besparing op belasting teniet worden gedaan door diefstal en dergelijke.
15.Tien startersvalkuilen .
Veel gemaakte fouten van (beginnende) ondernemers:
- Onvoldoende voorbereiding. De starter vergeet zichzelf een aantal belangrijke vragen te stellen. Zoals: Ben ik geschikt als zelfstandig ondernemer? Op welke klanten ga ik mij richten? Is mijn markt groot genoeg? Heb ik speciale vergunningen nodig? Moet ik personeel aannemen? Heb ik genoeg geld om mijn plannen te realiseren en zo niet: wil de bank mij geld lenen?
- Verkeerde huisvesting. Het vestigingspunt en/of prijs van de huisvesting kunnen in de beginperiode voor grote problemen zorgen en zelfs het voortbestaan van de onderneming bedreigen.
- Onduidelijke afspraken, dus: huwelijkse voorwaarden niet geregeld. Geen goede afspraken tussen partners in één zaak. Een onderhandse lening wordt opgeëist. Je bent onder- of oververzekerd.
- Financiële problemen: verkeerde inschatting van de hoogte van investeringen. Verkeerde inschatting van de omzet en de kosten. 'Wanbetalende' afnemers. Te grote voorraad. Te snelle aflossing op schulden. Te hoge privé-uitgaven.
- Gebrekkige administratie. Een goede ondernemer gaat meteen na de start met zijn bedrijf enthousiast aan de slag om geld te verdienen. Zo hoort het natuurlijk ook en dit is uiteraard het probleem niet. Maar de administratie wordt daarbij vaak flink verwaarloosd. De administratie van een jonge ondernemer bestaat nog te vaak uit een schoenendoos vol bonnen en facturen.
- Problemen met personeel. Hoe selecteer je de juiste mensen? Hoe ga je met jouw personeel om? Heb je voldoende leidinggevende kwaliteiten?
- Tegenvallende verkoop. Een ondernemer ontleent zijn bestaansrecht aan de verkoop van produc-ten of diensten. Maar wat als die verkoop niet goed op gang komt? Je krijgt vanaf het begin te maken met concurrentie, een veranderende economie en veranderende trends. Deze factoren bieden kansen, maar kunnen ook een bedreiging vormen.
- De fiscus vergeten. Als na de start van een onderneming de verkoop op gang begint te komen, raken veel ondernemers in een optimistische stemming. Het verdiende geld wordt enthousiast uitgegeven of teruggeïnvesteerd in het bedrijf. Als de eerste belastingaanslagen in de bus vallen -en die kunnen een hele tijd op zich laten wachten- komt de kater. Vaak gaat het om aanslagen over lange perioden en dus om grote bedragen. Zo groot soms dat een ondernemer de aanslag niet kan betalen en moet sluiten.
- Lege of onevenwichtige orderportefeuille. Je verkoopgesprek slaat niet aan. Je brengt weliswaar veel offertes uit, maar het scoringspercentage is te laag. Het uitvoerend werk slokt zo veel tijd op, dat de werving van nieuwe orders er bij in schiet.
- Inbreuk op het sociaal leven. Eenzaamheid. Onenigheid met de zakelijke partner. Onbegrip bij het 'thuisfront'16. De armoedeval. (meer verdienen en minder overhouden?)
De armoedeval ontstaat als iemand met een (minimum) uitkering een baan accepteert op minimumloon niveau. Inkomensondersteunende maatregelen (huurtoeslag, bijzondere bijstand en kwijtschelding van lokale lasten) vervallen en eigen bijdragen stijgen (kinderopvang bijvoorbeeld), waardoor er vaak geen sprake meer is van financiële speelruimte (meer netto te besteden) en soms zelfs een achteruitgang! Er zijn politiek enige maatregelen genomen om de armoedeval te beperken, zoals een toetrederskorting en arbeidskorting, maar er is geen duidelijkheid over de effecten van deze maatregelen en de armoedeval bestaat nog steeds en zal ook blijven bestaan! De hoogte van de armoedeval hangt af van persoonlijke omstandigheden en is lastig exact te berekenen.Voor 2006 lopen de berekeningen uiteen van € 20 per jaar tot 5% achteruitgang! Cijfers over mensen die vanuit een uitkering als ondernemer starten ontbreken, de zelfstandigenaftrek speelt hierbij een grote rol en daardoor valt de armoedeval voor ondernemers uit de uitkering vaak wel mee. De invloed van je omzet en kosten is bovendien vaak veel groter dan het vervallen van de huurtoeslag.
17. Artiesten.
Als je wel eens optreedt als (amateur-)artiest, heeft dat gevolgen voor je belasting. Je opdrachtgever moet loonbelasting inhouden over je beloning en onkostenvergoedingen (gage). Hij heeft daarvoor een gageverklaring van je nodig. Ook moet je een administratie bijhouden. Hoeveel belasting je precies moet betalen, is afhankelijk van de hoogte van je gage en of je wel of niet in Nederland woont.
Deze informatie is niet voor je bedoeld als:
- de overeenkomst met je opdrachtgever langer duurt dan ongeveer drie maanden
- je in dienstbetrekking bent bij je opdrachtgever
- je een zogenoemde inhoudingsplichtigenverklaring of een zelfstandigheidsverklaring hebt.
Wanneer beschouwt de Belastingdienst je als artiest? Je bent artiest als je optreedt voor publiek en daarbij een artistieke prestatie levert. Het maakt niet uit of je direct optreedt voor publiek, of indirect via onder andere radio, televisie of cd. Artiesten zijn bijvoorbeeld: leiders en leden van bands en orkesten, conferenciers, komieken, zangers, solomusici, acrobaten, goochelaars, buiksprekers, mimespelers, poppenspelers, figuranten en acteurs. Geen artiesten zijn bijvoorbeeld: regisseurs, geluids-, opname- en belichtingstechnici. Gevolgen voor de loonbelasting: je opdrachtgever moet 32,35% loonbelasting inhouden over je gage. Je opdrachtgever hoeft geen loonbelasting in te houden als je privé voor iemand optreedt, bijvoorbeeld bij iemand thuis, op een bruiloft of op een receptie. Over de eerste € 136 aan gage hoeft je opdrachtgever geen loonbelasting in te houden. Je opdrachtgever mag je namelijk maximaal € 136 per dag geven als onbelaste kostenvergoeding. Dit wordt de 'kleinevergoedingsregeling' genoemd. Je kunt er ook voor kiezen om een lager bedrag onbelast te ontvangen. Als je meer kosten hebt dan € 136, mag je opdrachtgever daarmee rekening houden als je voor deze kosten een kostenvergoedingsbeschikking hebt van de Belastingdienst. In deze beschikking staat over welk gedeelte van de gage je opdrachtgever geen loonbelasting hoeft in te houden. Alleen als je kosten hoger zijn dan € 136, heeft het nut om een kostenvergoedingsbeschikking aan te vragen. Je kunt zo'n beschikking bij de Belastingdienst aanvragen door een schatting op te geven van je kosten voor een optreden (of voor een reeks van optredens). De kleinevergoedingsregeling en de kostenvergoedingsbeschikking gelden alleen voor de loonbelasting.
Voor de inkomstenbelasting is alle gage belast en mag je alleen de werkelijke kosten aftrekken. Als je gaat optreden, moet je voor ieder optreden (of voor een reeks van optredens) een gageverklaring invullen. Op deze verklaring vermeld je persoonlijke gegevens die je opdrachtgever nodig heeft om loonbelasting op je gage te kunnen inhouden, zoals naam, adres, woonplaats en Sofi-nummer. Op de gageverklaring geef je ook aan of je gebruik maakt van de kleinevergoedingsregeling (maximaal € 136 per dag) of een kostenvergoedingsbeschikking, en voor welk bedrag. Als je gebruik maakt van een kostenvergoedingsbeschikking geef je een kopie van die beschikking aan je opdrachtgever.
Als je met een groep optreedt, zal de leider of vertegenwoordiger van je gezelschap op de gageverklaring een deel van de totale gage (inclusief onkostenvergoedingen) aan jou toerekenen. Ook als lid van een groep kan je gebruik maken van de kleinevergoedingsregeling van maximaal € 136 per dag. Als de leider of vertegenwoordiger voor de hele groep een kostenvergoedingsbeschikking heeft aangevraagd, rekent hij ook een deel van het bedrag van die beschikking aan jou toe op de gageverklaring. Als je optreedt, worden jouw inkomsten als artiest op jouw aangifte inkomstenbelasting in principe belast in box 1 als 'resultaat uit overige werkzaamheden'. Jouw inkomsten bereken je alsof je een onderneming hebt. Dit betekent dat de volledige gage inclusief onkostenvergoedingen is belast; de kleinevergoedingsregeling en de kostenvergoedingsbeschikking gelden niet voor de inkomstenbelasting. Voor de inkomstenbelasting zijn alleen de werkelijke kosten aftrekbaar. Het resultaat dat je met je werkzaamheden hebt behaald, geef je na afloop van het jaar aan op je aangifte inkomstenbelasting. De meeste kosten die je als artiest maakt, kun je aftrekken als je ze kunt bewijzen. Gemengde kosten zijn niet aftrekbaar of gedeeltelijk aftrekbaar. Gemengde kosten zijn kosten met zowel een zakelijk als een privé-element, zoals de kosten van voedsel, drank of representatie. Als je ondernemer bent, worden je inkomsten in box 1 belast als winst. In je aangifte inkomstenbelasting wordt de loonbelasting, die je opdrachtgever heeft ingehouden, verrekend met de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen die je moet betalen over je inkomsten als artiest. De inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wordt berekend tegen het normale tarief. Omdat de loonbelasting wordt berekend tegen een vast tarief van 32,35%, moet je er rekening mee houden dat je later (bij je aangifte inkomstenbelasting) misschien nog inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen moet bijbetalen. Als je gaat optreden als artiest, ben je verplicht om een administratie bij te houden Je moet je inkomsten en uitgaven bijhouden en bijvoorbeeld een begin- en eindbalans opstellen.Mogelijke fiscale posities van artiesten:
- De artiest in dienstbetrekking is een gewone werknemer met alle regels van dien, dus de violist in dienst bij een orkest of een pianoleraar in dienst bij de muziekschool.
- De freelance artiest is een artiest die een overeenkomst van korter dan 3 maanden afsluit (bijvoorbeeld voor één optreden).
- Een opterend artiest: de freelancer die ervoor kiest de regels te volgen van de gewone dienstbetrekking en dit samen met de opdrachtgever (de inhoudingsplichtige) meldt aan de Belastingdienst.
- De artiest met een zelfstandigheidsverklaring. Dit is een "gewone" ondernemer die aan de opdrachtgever een uitkoopsom in rekening brengt met 19% BTW.
- Een gezelschap artiesten: hierbij kan de leider een inhoudingsplichtigheidsverklaring bij de Belastingdienst aanvragen en dan aan de opdrachtgever een uitkoopsom plus BTW in rekening brengen. De artiesten worden dan uitbetaald volgens de artiestenregeling.
18. Hoe word ik rijk? (vrij naar Bodo Schäfer):
- Zorg voor reserve in direct opneembaar geld (bijvoorbeeld voor 6 maanden leven zonder inkomen).
- Beschouw geld als belangrijk middel om dat in je leven te bereiken wat je wilt bereiken.
- Laat 10% van je maandinkomen via een machtiging naar een spaarrekening overboeken
- Gebruik géén creditcards, géén doorlopend krediet en geen klantenkaarten
- Neem een aparte rekening voor de onderneming en geef jezelf een vast maandsalaris. Vergeet de 10% sparen niet.
- Los schulden zo snel mogelijk af, maar denk ook aan het 10% sparen! Dus als het mogelijk is 10% sparen en aflossen, als dat niet mogelijk is 5% sparen en 5% aflossen.
- Draag altijd een briefje van vijfhonderd euro bij je.
- Geef een vast percentage aan goede doelen.
- Maak een lijst met 10 wensen en deel die met anderen.
- Maak een vijfjarenplan, wat wil je over 5 jaar doen, wat wil je dan hebben en hoe wil je dan zijn?
- Laat je niet verleiden door mooie beloftes, gouden bergen en belastingvoordeel, maar volg je eigen plan.
- Houdt (een tijdje) een huishoudboekje bij.
- Voer één bespaardag per week in, dus slechts één dag per week bij elke uitgave de vraag: "Is dit nu wel echt nodig?".
- Kijk naar de (financiële) belangen van de ander en probeer daar rekening mee te houden. Een verzekeringstussenpersoon verdient geld aan het afsluiten aan verzekeringen; is dus "van nature" geneigd verzekeringen te adviseren. Een boekhouder is een ‘urenboer’. Maak afspraken over zijn maximale te besteden tijd en pas op als hij/zij zegt "Laat mij dat maar even doen.". Een kroegbaas zal je pas erg laat adviseren te stoppen met drinken. Dit betekent niet dat een verzekeringstussenpersoon niet te vertrouwen is; het zijn vakmensen die verstand van verzekeringen hebben en in jouw belang adviseren. Maar hun gerichtheid is wel om jouw belang (en hun portemonnee) te dienen met het advies een en ander te verzekeren. Zoals een kroegbaas eerder een stevige borrel als oplossing voor problemen zal adviseren dan een sessie bij een psychotherapeut.
- Hecht niet teveel waarde aan het fiscaal aftrekbaar zijn van allerlei uitgaven. Als ik die fax koop, betaalt de fiscus die toch voor de helft... Ja dat klopt soms, maar je moet die fax in ieder geval wel zelf eerst voor 100% betalen... en uiteindelijk altijd nog zeker 50%! Geef alleen geld uit voor je onderneming als het een verstandige beslissing is (of als je het erg leuk vind en kunt betalen) en denk niet teveel aan de belastingdienst. Die kunnen uitstekend voor zichzelf denken... Pas als je (veel) omzet en (veel) winst maakt mag/moet je belasting betalen en kan het zinvol zijn om over belastingbesparende constructies/uitgaven na te denken. Dan kan het ook nuttig zijn voor het einde van het jaar na te denken c.q. met je boekhouder te overleggen of investeringen fiscaal aantrekkelijk zijn in verband met de investeringsaftrek.
- Als je iets (geld) weggeeft: laat het zien. Een korting is bedoeld om vriendelijk te zijn voor een klant en/of om de klant te ‘helpen’ snel ja te zeggen. Dat werkt dus alleen als de klant ook op de hoogte is van de korting!
- Geloof niet te snel in gouden bergen die anderen je voorspiegelen: een hoog rendement betekent per definitie een hoog risico. Aandelen leasen is vooral aantrekkelijk voor de aanbieder, netwerkmarketing is vaak een variant op het piramidespel met enkele winnaars en vooral veel verliezers. Je kunt in veel niet bestaande bladen adverteren, enzovoorts...
19. Een hypotheek.
Een hypotheek is een simpel product. Het bestaat uit een lening en aflossing. Over de lening betaal je maandelijks rente; voor de aflossing zijn talloze varianten bedacht. Het komt er in het algemeen op neer dat er elke maand een deel afgelost wordt, of aan het einde van de looptijd alles ineens, of niets aflossen. Er nog veel andere producten met de hypotheek meeverkocht: een overlijdensverzekering, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en beleggingen. Omdat ook de fiscus nog een belangrijke rol speelt (hypotheekrente is onder enkele voorwaarden aftrekbaar in box 1) kunnen hypotheekaanbiedingen toch nog behoorlijk ingewikkeld in elkaar zitten. Enkele belangrijke aandachtspunten:
- Een lage (variabele) instaprente zegt nog niets over de rente later. De bank die een erg aantrekkelijke instaprente aanbiedt, kan later wel eens erg duur zijn, zeker als je weinig bedenktijd hebt bij een stijgende rente om je rente voor een langere periode vast te zetten.
- Kijk bij de berekeningen van de netto-maandlasten of er rekening is gehouden met het eigenwoningforfait (een bijtelling van de WOZ waarde) en of er rekening is gehouden met het juiste IB tarief (lang niet iedereen zit in de 52% schijf).
- Beleggingsverzekeringen en de overwaarde van een huis beleggen in aandelen gaan in het algemeen uit van de riskante gedachte dat het rendement op aandelenfondsen hoger is dan de betaalde rente en gaan daarmee in tegen een oude en bijna vergeten beleggerswijsheid: ‘Beleg niet met geleend geld!’. Als het rendement (tijdelijk) tegenvalt zit je dubbel in de problemen... Het zijn bovendien vaak starre contracten die de adviseur veel provisie opleveren.
- Er valt bijna altijd te onderhandelen over de afsluitprovisie. Vaak valt er ook over de rente nog wel wat te onderhandelen (bijvoorbeeld tot maximaal 0,5%). Let ook op of je na enkele jaren nog steeds een renteopslag betaalt voor een tophypotheek, terwijl door je aflossing en/of waardestijging er al lang geen sprake meer is van een tophypotheek.
- Als een adviseur met een ingewikkelde offerte aan komt zetten: bijvoorbeeld je hebt voor een huis € 150.000 nodig, terwijl de waarde € 250.000 is. Het voorstel is om € 250.000 te lenen, een levensverzekering met overlijdensrisico af te sluiten voor € 150.000 over 30 jaar, storting van € 30.000 op een beleggingsrekening om de premie van de levensverzekering te betalen, € 25.000 in een aandelenleasecontract met een looptijd van 5 jaar, arbeidsongeschiktheidsverzekering met een éénmalige premie van € 15.000 en tenslotte nog € 30.000 op een spaarrekening om de rente-lasten van de eerste 5 jaar te betalen. Dan weet je zeker dat hij goed adviseert voor zijn eigen portemonnee (in het voorbeeld € 12.375! aan provisie) en dat je zelf een erg hoog risico loopt. Bij géén of weinig rendement op het belegd vermogen ben je zwaar de pineut! Of zo'n ingewikkelde constructie nu verstandig is of niet: ik denk dat eenvoud loont, dat je het zelf in ieder geval moet kunnen snappen. Een adviseur zou naast zo'n ingewikkelde offerte ook een eenvoudige moeten overleggen. Maar een adviseur zal eerder een ingewikkelde constructie aanbevelen waarvoor hij € 12.000,- aan provisie krijgt, dan een eenvoudige constructie met € 1.500,- aan provisie...
- De fiscale aftrek is beperkt tot 30 jaar en je moet het geld echt nodig hebben voor de financiering van je eigen woning, ook bij verhuizing. Je moet je verkoopwinst bij verkoop (opbrengst minus hypotheekschuld) verplicht gebruiken voor je nieuwe woning (als je die tenminste binnen 5 jaar koopt). Anders verlies je een deel van de hypotheekrenteaftrek.
20. Samenleven.Samen gaan leven is een ingrijpende stap, ook fiscaal en financieel...
Fiscaal:
- Als je alleenstaande ouder bent, verlies je met samenwonen die fiscale status en ga je er op achteruit qua inkomstenbelasting betalen.
- Zonder kinderen heeft samenwonen geen negatief fiscaal gevolg, soms zelfs een positief. Je kunt als fiscale partner met aftrekposten soms zo schuiven dat er wat voordeel valt te behalen.
- Als één van de partners niets verdiend en de ander betaalt inkomstenbelasting, krijgt de niet verdienende partner de heffingskorting terug.
- Als er een eigen huis is met hypotheekrenteaftrek, kun je die voor 100% bij de partner met het hoogste inkomen opvoeren en krijg je dan wellicht 52% terug in plaats van 34%. Hetzelfde gaat op voor giftenaftrek en dergelijke, maar dan is de drempel natuurlijk ook hoger!
- Trouwen is bijna nooit nadelig qua belasting, behalve als aleenstaande ouder, dus met kinderen.
- Fiscaal is het handig om beide aangiftes te combineren. Als dat erg lastig is kun je ook van de ene partner aangifte doen en die aangifte te zijner tijd voegen bij de andere aangifte.
- Bij grote verschillen in inkomen/winst kan een meewerkbeloning fiscaal aantrekkelijk zijn.
- Als je de auto van je partner voor je zaak gebruikt, kun je € 0,19 per kilometer aftrekken. Of je die € 0,19 ook aan je partner betaalt is daarbij niet van belang.
Financieel en algemeen:
- Je kunt voordelen halen met verzekeringen (één huishouden), denk aan WA (kan goedkoper zijn met een gezinspolis dan twee personen apart), inboedel (maar één keer, maar wel voor een hoger bedrag, denk in ieder geval aan kleren), doorlopende reisverzekering (één persoon kost € 50, twee € 75). Bij autoverzekeringen is soms voordeel te halen door de dure auto te laten verzekeren door de partner met de hoogste no-claim.
- Je kunt als je een pensioenregeling hebt, aan de pensioenmaatschappij doorgeven dat er sprake is van een partner en dus van partnerpensioen. Als bijvoorbeeld een alleenstaande arts (die verplicht veel aan zijn/haar pensioen moet afdragen) voortijdig komt te overlijden, is het gespaarde pensioengeld voor de verzekeringsmaatschappij. Als er een partner is, dan krijgt die dat geld. Let op: verschillende maatschappijen hebben verschillende eisen over wanneer samenwonenden in aanmerking komen voor partnerpensioen, soms een bepaalde termijn. Verder kan partnerpensioen invloed hebben op de hoogte van het ouderdomspensioen. Dus informeren naar de mogelijkheden en voorwaarden!
- Op enig moment is het raadzaam eens na te denken over gevolgen van dood, dus een testament via de notaris. Soms is het eenvoudiger en/of goedkoper te trouwen c.q. het 'geregistreerd partnerschap’ aan te gaan als een samenlevingscontract met testament op langstlevende. Uiteraard zijn zulke keuzes niet alleen financieel van karakter. Kinderen verhogen het belang van goede afspraken.
- Het kan handig zijn om voor het huishouden en/of kosten van het huis een en/of rekening te openen bij een bank/giro.
- Bij een levensverzekering op elkaars naam is het soms noodzakelijk dat je de premie ook kruislings betaalt, dit in verband met de belastheid van de uitkering te zijner tijd met successierechten.
- Samenleven is nooit meer als getrouwd zijn op huwelijkse voorwaarden, dus als de één failliet gaat, gaat de ander niet mee. Gezamenlijk bezit loopt echter wel mee in het risico, dus met name een huis op beider naam loopt risico mee. Je kunt een huis laten kopen door één van de partners, terwijl beide garant staan voor de hypothecaire geldlening. Bij scheiding heeft de partner op wiens naam het huis dan niet staat mogelijk een probleem. Het risico van faillissement is afhankelijk van de aard van de onderneming en van jezelf (karakter bijvoorbeeld). Internetbedrijven gaan (iets) vaker failliet dan tandartsen, mannen gaan (iets) vaker failliet dan vrouwen.
21. Beleggen en sparen.Of je nu geld over hebt (je krijgt een erfenis of verkoopt je eigen bedrijf met veel winst) of je hebt later (veel) geld nodig (bijvoorbeeld voor je pensioen) dan kun je gaan beleggen of sparen. Reden hiervoor kan zijn:
- Een reservepotje achter de hand hebben, bijvoorbeeld om de eerste klap bij ziekte en/of arbeidsongeschiktheid op te vangen.
- Een specifiek doel (een jacht, een wereldreis, studie van de kinderen).
- Oudedagsaanvulling op de AOW; pensioen in eigen beheer dus.
- (Extra) inkomen genereren.
Afhankelijk van je doel, je eigen karakter en de termijn van je plannen ga je dan je geld op een spaarrekening zetten. Je loopt dan geen enkel risico, afgezien van inflatie en van faillissement van de bank. De Nederlandse Bank garandeert tot de € 20.000 per spaarrekening. Of je gaat beleggen in opties, aandelen, of obligaties met een hoger risico en mogelijk een hoger rendement door rente, dividend en/of koersstijgingen. Als je op korte termijn je geld nodig hebt (binnen enkele maanden of jaren) is een spaarrekening in het algemeen verstandig. Het risico van verlies is bij aandelen te groot.
Op langere termijn daalt het risico en is het verschil in verwacht rendement tussen beleggen en sparen van dien aard dat beleggen een goed alternatief is. Daarbij is het verstandig je risico te spreiden (niet alleen maar aandelen KPN!) en kun je bijvoorbeeld denken aan een deel op een spaarrekening, een deel in obligaties (of een obligatiefonds) en een deel in aandelen (of een aandelenfonds). Een aandelenfonds is een gemakkelijke en wellicht ook verstandige manier van beleggen. In plaats van zelf op de koersen en ontwikkelingen te letten, op de beurs te kopen en te verkopen, laat je dat aan een specialist over: een fondsbeheerder. Zo'n fondsbeheerder probeert tegen een zo laag mogelijk risico een zo hoog mogelijk rendement te halen; vaak lukt dat ook nog redelijk. Door elke maand een vast bedrag naar een fonds over te schrijven heb je statistisch gezien een vrij laag risico en een kans op een aardig rendement van bijvoorbeeld 8% of nog meer. Dat is uiteraard aantrekkelijker dan 4% rente, maar je loopt ook een kans op verlies!
Je hebt in Nederland duizenden fondsen: onroerend goed fondsen (beleggen in kantoorgebouwen en woningen), obligatiefondsen (beleggen in obligaties), aandelenfondsen (beleggen in aandelen, soms wereldwijd, soms in een bepaalde regio en soms in een bepaalde branche), clickfondsen (aandelenfondsen beveiligd tegen al te grote koersdalingen), liquiditeitsfondsen en nog veel meer.21.1 Aandelen, obligaties en opties.
We hebben het over aandelen, obligaties, en opties; wat zijn dat eigenlijk?
Een aandeel is een (klein) stukje bezit van een bedrijf met (niet altijd) recht op inspraak en een recht op een winstaandeel: dividend. Het aantrekkelijkste van een aandeel is de kans op koersstijging: als een bedrijf veel winst maakt, willen veel mensen zo'n aandeel kopen. Dan is er meer vraag dan aanbod op de beurs, dus stijgt de prijs. Als de rente stijgt, de winst tegenvalt, of de algemene economische verwachting een neerwaartse spiraal vertoont, is er meer aanbod dan vraag en daalt de prijs van een aandeel.
Bij koersvermeldingen in onder andere de krant staan er letters achter de koers:
- B betekent bieden: er zijn wel kopers, maar geen verkopers. Een Bieden koers dus.
- A betekent aanbod: er zijn wel verkopers maar geen kopers. Een aanbodprijs dus. Tevens betekent de A dat het een advieskoers betreft en dat er niet gehandeld is.
Een obligatie is een vordering op de staat of een onderneming van meestal € 1.000,- met een vaste looptijd en een vaste rente. Als de rente van een obligatie hoger is dan de marktrente, dan ligt de koers van zo'n obligatie boven de € 1.000,- en omgekeerd. Als je in de krant of op teletekst ziet: 7,25 NL 91-11 110, dan is dat een obligatie met een rente van 7,25% van de Nederlandse Staat (een staatsobligatie), met een looptijd van 1991 tot 2011, met een prijs van 110% van de nominale waarde. In dit geval dus € 1.100,- bij een nominale waarde van € 1.000,-). Die 110% is, omdat 7,25% boven de marktrente ligt. Er zijn ook converteerbare obligaties met een lagere rente en een kooprecht op aandelen van het bedrijf tegen een vastgestelde prijs.21.1.1 Index.
Een index is één cijfer dat het beursklimaat weergeeft; een gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen. De AEX-index is het koersgemiddelde van de grootste bedrijven op de Amsterdamse beurs, de Dow-Jones index is dat voor Amerika, de Nikkei voor Japan. Kortom: er zijn dus per land of per staat verschillende koersgemiddelde indexen.
21.1.2 Opties.
- Calloptie: een recht om iets op een bepaald moment te kopen tegen een bepaalde prijs. Hiervoor moet je betalen.
- Putoptie: een recht om iets op een bepaald moment te verkopen tegen een bepaalde prijs. Ook hiervoor betaal je.
- Een warrant is een langlopende optie, meestal een calloptie.Tegenover de koper van opties staat een verkoper. Die heeft de plicht iets op een bepaald moment tegen een bepaalde prijs te kopen of te verkoper. De verkoper/schrijver van opties krijgt betaald voor die plicht. Dit bepaalde moment is altijd de derde vrijdag van de maand. Een optie op een aandeel is tussentijds al uit te oefenen; een optie op een index is alleen uit te oefenen op de einddatum. Opties zijn gewoon te koop en te verkopen tegen een koers. Je handelt altijd per 100 stuks. Met opties kun je het aandelenbezit beschermen (dat doet een clickfonds), gokken en beleggen (door bijvoorbeeld een langlopende calloptie op de AEX te kopen). Via opties en allerlei combinaties van opties (strategieën variërend van een relatief eenvoudige conversie tot een ingewikkelde butterfly) kun je verdienen aan een dalende beurs, aan een dalende rente en aan veel bewegingen in de koersen. Het vraagt wel kennis en voorzichtigheid; het gaat vaak om hoge risico's.
Met name het ongedekt schrijven van opties is erg riskant: bijvoorbeeld beloven aandelen KPN t.z.t. te leveren voor een bepaalde prijs (zeg € 10,-), terwijl je die aandelen niet bezit kan enorme verliezen opleveren. Stel dat KPN overgenomen wordt tegen een koers van € 25,- dan is je verlies bij 100 opties al 100 x € 15,- is € 1.500,-! Een bank vraagt bij ongedekt schrijven een zekerheid om aan je verplichtingen te kunnen voldoen. Met ongedekt schrijven heet Nick Leeson de Barings Bank failliet laten gaan! Orders gelden vaak voor één dag. maar met name stop-loss-orders kunnen ook langer doorlopen.
De kosten van beleggen zijn afhankelijk van de methode van beleggen (met of zonder advies) en zijn afhankelijk van de bank. Met name bij kleine orders kunnen de kosten aardig oplopen tot bijvoorbeeld 3% bij aankoop en uiteraard ook weer 3% bij verkoop. De eerste 6% koersstijging is dan ook nodig om de kosten te betalen. De banken houden van actieve beleggers die veel transacties doen!
21.1.3 Aandelenfondsen.
Enkele keuzes op een rijtje:
- Ga voor maximaal rendement bij een minimaal risico: verdiep je in de materie en lees bijvoorbeeld de consumentengeldgids en kies dan voor één van de zogenaamde Gouden Fondsen.
- Kies op basis van ethische motieven voor een groen fonds of een ethisch beleggingsfonds (de ASN scoort goed met hun ethisch aandelenfonds). Je neemt eventueel een lager rendement op de koop toe. De Triodos bank en de ASN waren de eerste ‘groene’ en/of ethische banken; inmiddels hebben alle banken wel een groen fonds in hun pakket zitten.
- Neem het gemak: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar wereldaandelenfondsen kruipen qua rendement toch op termijn naar elkaar toe: een huisfonds van je eigen bank.
- Bescherming met kosten: een clickfonds. Dit is een aandelenfonds met bescherming van koerswinst. Je betaalt wel voor zo’n bescherming; vaak wordt het dividend ervoor gebruikt en is de koerswinst gegarandeerd tot 90% van de inleg.
- Zeg dat geen enkele fondsbeheerder er in slaagt de index te verslaan op lange termijn, dus weg met de dure fondsbeheerder en kies een tracker, een fonds met lage kosten wat "domweg" exact een bepaalde index volgt, zoals de AEX
De fondsbeheerder verdient zijn geld door aan- en verkoopprovisie (vaak ½%) en jaarlijks voor het beheer ervan een percentage van het belegd vermogen (½% tot 1½%).21.1.4 Checklist Financiële Producten.
Sommige financiële producten zijn prima, andere helemaal niet, bezint eer ge begint en tekent!
- Doe nooit dingen die je niet begrijp.
- Controleer de aanbieder, een gegarandeerd rendement van 5% van de RaBo-bank is beter als een gegarandeerd rendement van 25% van Beursgoeroe Willem S. Zie www.afm.nl en www.afm.nl/registers.
- Wees niet onder de indruk van "grote namen", dat Willem S. een rekening heeft bij de ABN-AmRo en een notaris die verklaart dat zijn folder geen typefouten bevat maakt hem nog niet betrouwbaar.
- Let op bij een inleg van minimaal € 50.000, want dan is er geen prospectisplicht en geen toezicht van de AFM.
- Vergelijk rendement en risico, elk gegarandeerd rendement boven de marktrente is verdacht en kent risico's (valutarisico bijvoorbeeld) en bij sommige investeringen loopt de particuliere investeerder wel het risico, maar krijgt de projectontwikkelaar een gegarandeerd rendement...
- Kijk waar je geld naar toe gaat, gaat het via 26 NV's, BV's, Stichtingen en landen naar een heel mooi kantorenpark op de Kaaimaneilanden? Dan liever wat minder rendement bij een saaie Nederlandse bank.
- Lees de prospectus en de financiële bijsluiter.
- Geloof niemand op zijn blauwe ogen en als een verwacht rendement ongelovelijk hoog is, kun je het beter maar niet geloven.
- Bij twijfel: niet oversteken en dus niet doen!
22. Beleggen.
Als je zelf wilt gaan beleggen dan open je bij een bank -je huisbank of een goedkoper werkende internetbank -een effectenrekening en je gaat zelf aandelen, obligaties en/of opties kopen en verkopen. Al of niet met advies van je bank geef je dan :
- Een bestens order oftewel een koop of verkoopopdracht tegen de prijs van het moment. Dat kan dus wel eens tegenvallen...
- Een gelimiteerde order oftewel een koop- of verkoopopdracht met een bepaalde grens. Bijvoorbeeld: koop 100 aandelen KPN als ze tenminste niet duurder zijn dan € 10,-.
- Een stop-loss-order: verkoop zodra de koers onder een bepaalde waarde komt.
Beleggingen en belastingen zijn vanaf 1-1-2001 een simpel verhaal.
Je betaalt 1,2% over de gemiddelde waarde van je bezit, waarbij ca. € 20.000,- per persoon vrijgesteld is.
Als je een mooi rendement haalt op je aandelenportefeuille van 8%, dan is dat netto na aftrek van 1,2% belasting en 4% inflatie 2,8% aan echte verdienste. Dat lijkt weinig, maar is nog altijd veel meer dan een spaarrekening waarbij de rente in het algemeen de belasting en de inflatie niet kan bijhouden.Enkele tips voor beleggen:
- Heb geduld, beleggen is iets voor de lange termijn, afgezien van zogenaamde daghandelaars die met veel transacties per dag soms een aardige winst maken..
- Beleg met een gedeelte van je geld. Vroeger was de gouden regel: één derde in liquide middelen (direct opvraagbare spaarrekening), één derde in obligaties en één derde in aandelen. Afhankelijk van de termijn van je plannen en je karakter kan het er allemaal anders uit zien, maar spreidt in ieder geval je risico!
- Beleg in een beperkt aantal aandelen, zodat je gevoel voor en verstand van enkele bedrijven krijgt en zodat de aan- en verkoopprovisie beperkt blijft (veel handelen is in ieder geval aantrekkelijk voor de bank).
- Neem winst! Wacht niet te lang in de hoop of verwachting dat het nog beter zal gaan. Wees ook niet bang om verlies te nemen, dat hoort erbij. Kopen op een dieptepunt en verkopen op een hoogtepunt willen we allemaal, maar niemand weet het, dus wees tevreden met een bepaalde winst (zeg 25%) en verkoop bij een bepaald verlies (zeg 10%).
- Beleg niet als je er slecht van gaat slapen, het moet leuk zijn en blijven en als het even kan wat opleveren.
- Beleggen moet ook géén verslaving worden.
- Begin eens een tijdje met een portefeuille op papier, jammer als je winst maakt maar in ieder geval leerzaam!23. Persoonlijke Financiële Planning
De Persoonlijke Financiële Planning (pfp), is een analyse van je (financiële) positie, van je wensen en de mogelijkheden. Vaak wordt een pfp aangeboden om (financiële) producten te verkopen zoals belastingvrije spaarplannen, een nieuwe hypotheek en/of aanvullende verzekeringen, dus pas op! Een pfp maak je in een aantal stappen:
- Doelstellingen formuleren.
- De tijdshorizon bepalen: wanneer moeten middelen beschikbaar zijn en waarvoor?
- Inventariseren: wat zijn de bezittingen en schulden, de inkomsten en uitgaven? Denk hierbij ook aan eventueel te verwachten erfenissen.
- Administratie op orde houden: vaste lasten noteren, verzekeringspolissen en pensioengegevens overzichtelijk bewaren. Een huishoudboekje kan hierbij aardig helpen.
- Een risicoanalyse maken: wat zijn de risico's? Denk aan overlijden, ziekte, ontslag.
- Inventariseren op welke wijze de risico's reeds gedekt zijn: via de werkgever, sociale of persoonlijke voorzieningen.
- Plan maken voor een risicovoorziening, sparen en beleggen, rekening houdend met de fiscus.
- Invulling financieel plan met producten en vergelijken van producten, of een heroverweging van de keuzes en/of doelstellingen. Een doelstelling van eerder stoppen met werken en een goed pensioen doorrekenen kan leiden tot de conclusie dat er dan nu weinig meer is in het leven dan werken. Misschien moet je de doelstelling herformuleren van later leven, naar nu leven en juist minder gaan werken...
Denk bij bezittingen aan: eigen huis, overige onroerend goed, spaarsaldo, effecten, waarde bedrijfspaarregeling, waarde opgebouwde pensioenaanspraken, waarde koopsompolissen, waarde kapitaalpolis, waarde eigen bedrijf, waarde aanmerkelijk belang in bedrijf, waarde goodwill en overige bezittingen, zoals boot, auto's, antiek, kunst en vorderingen.
Denk bij schulden aan: hypotheekschuld (waarde en resterende looptijd), overige schulden, persoonlijke leningen, doorlopend krediet, studieschulden, belastingschulden, huishoudelijke schulden (onbetaalde rekeningen, klantenkaarten, creditcards) en crediteuren.
Denk bij risico's aan: overlijden van de partner, ziekte en arbeidsongeschiktheid van de partneren/of kinderen, echtscheiding, studiekosten kinderen, oudedagsvoorziening van jezelf en partner,, werkloosheid van jezelf en partner, wettelijke aansprakelijkheid beroep, rechtsbijstand beroep, faillissement bedrijf, wijziging van de fiscale wetgeving en aan schaderisico aan bezittingen (opstal, inboedel, auto's, vakantie, kostbaarheden, wettelijke aansprakelijkheid particulier, rechtsbijstand particulier).
Vooral voor ondernemers is er weinig goed geregeld door de overheid, dus moet er veel door jezelf geregeld worden. Denk daarbij aan arbeidsongeschiktheid, pensioen, overlijden, stoppen met de zaak en dergelijke.
Een pfp is erg nuttig, ook voordat je aan een eigen bedrijf begint. Je moet een gedegen begroting hebben van het verwachte inkomen en de verwachte uitgaven.
24. Levensloopregeling,
Per 1 januari 2006 is een nieuwe levensloopregeling ingevoerd. Werknemers hebben recht op deelname aan een levensloopregeling. Over het opnemen van verlof moet overleg met de werkgever plaatsvinden, tenzij het gaat om een wettelijk recht op verlof zoals ouderschapsverlof. Als de werkgever bijdraagt aan het sparen voor verlof, dan moet er over die bijdrage een heffing van 15% betaald worden. Werknemers moeten kiezen of zij willen deelnemen aan de spaarloonregeling of aan de levensloopregeling. Deelname aan beide tegelijk is niet toegestaan.
Verlofsparen is bedacht om werknemers toch de mogelijkheid te geven eerder op te houden met werken (feitelijk 1,5 jaar; bij een langere periode ontstaan problemen). Ook mag verlof worden opgenomen voor een zogenaamde Sabbatical, zorgverlof en dergelijke. Werknemers mogen jaarlijks maximaal 12% van hun brutoloon sparen voor verlof; de maximale opbouw van het spaartegoed is 210% van het bruto jaarsalaris. Over dit verlofspaar wordt geen loonbelasting geheven, maar er worden wel werknemerspremies op ingehouden.
Bij uitbetaling wordt er pas loonheffing ingehouden. Een werknemer heeft dan recht op een korting van maximaal € 183,- per gespaard jaar. Bovendien wordt er geen rendementsheffing geheven over het tegoed (box III)
De werknemer bepaalt zelf waar hij zijn spaargeld stalt (bank, verzekeraar of pensioenuitvoerder). De werkgever is verplicht hieraan mee te werken. Voordeel hiervan is dat de regeling gemakkelijk mee kan worden genomen naar een nieuwe werkgever. De spaarloonregeling verdwijnt overigens niet: een werknemer mag jaarlijks kiezen tussen spaarloonregeling of spaarverlof. Een werknemer mag slechts deelnemen aan één levensloop- of spaarloonregeling.25. Meer informatie
Voor meer informatie is er een uitstekende ondernemerswijzer te koop in de boekhandel (duur, boven de € 50, goedkoper bij de ABN-AmRo). Verder houden allerlei instanties voorlichtingsbijeenkomsten voor startende ondernemers (o.a. de Kamer van Koophandel) en geven verschillende instanties (o.a. banken, de belastingdienst en weer de Kamer van Koophandel) gratis folders uit. De belastingdienst heeft een speciaal boek voor startende ondernemers.
Enkele sites:
- Advocaten: www.advocatenorde.nl, 0900-238-62.28
- Consumenten & Geldzaken: www.geldwijs.nl, 020-684.90.55
- Belastingdienst: www.belastingdienst.nl, 0800-0543 (particulieren), 0800-0443 (ondernemers)
- Sociale Zekerheid: www.minszw.nl, 0800-9051
- Beleggen: www.aex.nl, 020-5505555
- Budgetvoorlichting: www.nibud.nl, 030-230.67.06
- Consumentenbond: www.consumentenbond.nl, 070-4454545
- Geschillen: www.geschillencommissie.nl, 070-310.53.10
- Notaris: www.notaris.nl, 0900-346.93.93
- Verzekeringen: www.verzekeraars.nl, 070-333.85.00 en www.independer.nl
- Ziekte, werk en verzekeringen: www.bpv.nl
- Overheid: www.postbus51.nl
- Algemeen zaken doen: www.zibb.nl
Laat je echter niet gek maken door alle informatie, regel de belangrijkste dingen vooraf en laat je dan niet ‘ophouden’ door de wens alles tot in detail te weten...26. Mijn keuzes.
Ook al is verstand van geld erg nuttig om je eigen keuzes te kunnen maken over o.a. verzekeren en beleggen, toch hier mijn eigen keuzes daarin. Dit ondanks het eerste gebod voor een adviseur: gij zult alleen informatie geven en géén besluiten nemen voor de cliënt! (behalve als dat veel provisie oplevert.)
- Autoverzekering: Nieuw: eerste jaren all-risk, daarna enkele jaren WA-extra en tenslotte WA
- WA, een uitgebreide inboedel en opstalverzekering, eventueel een doorlopende reisverzekering en eventueel een wegenwacht lidmaatschap.
- Verzekeringen voor ondernemers: bedrijfsaansprakelijkheid, bedrijfsinventaris (vaak nodig), arbeidsongeschiktheid (bij voldoende winst, eventueel met een lange wachttijd om een en ander betaalbaar te houden), een pensioenvoorziening (eventueel in eigen beheer), bij personeel een verzuimverzekering (zodat je bij ziekte van een personeelslid na bijvoorbeeld één maand de loonkosten vergoed krijgt) en eventueel een beroepsaansprakelijkheidsverzekering.
- Beleggen: voor een termijn tot 5 jaar gewoon sparen tot € 20.000,- per rekening. Kies een bank met de hoogste rente via de consumentengeldgids of via http://sparen.pagina.nl.
- Voor de langere termijn een vast bedrag per maand in een ’saai’ aandelenfonds (middelen dus). Als je ineens veel geld hebt advies vragen bij een bank (private banking) en denk aan het spreiden van het risico. Als je er lol in hebt zeker in het begin met een relatief klein bedrag (een bedrag wat je kunt missen, zeg maar speel- of leergeld) via internet handelen in aandelen en opties.
- Geen aandelen leasen, geen beleggingshypotheek, niet te snel je hypotheek bij een andere bank oversluiten omdat je maandlasten dan dalen (is vaak alleen maar op korte termijn waar en soms bovendien alleen bij een langere looptijd van de hypotheek) en eventueel een clickfonds ondanks de lange looptijd en de (deels verborgen) kosten van het ‘klikken’.
In het algemeen zou ik vooral willen zeggen: besteed je tijd en energie aan je eigen PR, aan je onderneming, aan je klanten en aan jezelf.Qua belasting en boekhouding: houdt het simpel zodat je er niet teveel tijd aan hoeft te besteden en toch een (globaal) inzicht in je financiën hebt.
Goede zaken en vriendelijke groet, ook namens Mejon en Gert,
Henk Kral, administratie, advies en begeleiding
Korenstraat 6 9721 9712 LX GRONINGEN
Tel 050-5259030, Fax 050-5277399
Email: henk@henkkral.nl
Site : www.henkkral.nlTerug naar de homepage van Henk Kral
Leer met behulp van het Internet, breid je kennis uit en ontwikkel jezelf. Bepaal zelf wat je leert, waar en hoe! Hier vind je duizenden online kennisbronnen over allerlei onderwerpen.